Programma

Nieuws
Tip hier de redactie
Bekijk overzicht
Artikel delen

Nieuw onderzoek: Hartschade voorkomen na chemo

Chemotherapie wordt steeds effectiever ingezet bij de behandeling van kanker. Maar er is helaas vaak nog steeds sprake van ongewenste bijeffecten van deze therapie; er ontstaat bijvoorbeeld regelmatig schade aan het hart. Onderzoekers van UMC Utrecht hebben 4,5 miljoen gekregen om te onderzoeken op welke wijze dit kan worden voorkomen.

Tags

Deel dit artikel

Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

Tip hier de redactie

Steeds meer mensen met kanker genezen na behandeling of kunnen er langer mee leven. Inzet van chemotherapie en radiotherapie wordt nauwkeuriger en vaak minder belastend. Bij chemotherapie kunnen doseringen vaker gepersonaliseerd worden en de inzet van AI ondersteunt artsen bij het maken van keuzen op maat.

Ondanks al die positieve ontwikkelingen, leidt de behandeling met chemotherapie nog steeds regelmatig tot schade aan het hart. Om te onderzoeken hoe hartschade door behandeling met chemotherapie kan worden voorkomen, is er voor onderzoekers van het UMC Utrecht 4,5 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Hartschade voorkomen

De onderzoekers ontvangen daartoe 2,2 miljoen euro van KWF en nog eens 2,3 miljoen die samen door het KWF en de Hartstichting beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van onderzoek van het UMC Utrecht en Amsterdam UMC. Met deze geldbedragen werden in totaal vijf aanvragen van het UMC Utrecht gehonoreerd. Hiermee komt er geld beschikbaar voor onderzoek naar het voorkomen van hartschade na een behandeling tegen kanker en nieuwe technieken om uitzaaiingen zichtbaar te maken.

Zowel de onderzoekers van het UMC Utrecht als het Amsterdam UMC doen onderzoek naar het voorkomen van hartschade bij mensen met lymfeklierkanker. Vastgesteld is dat één op de tien patiënten die R-CHOP chemotherapie krijgt tegen lymfeklierkanker, te maken krijgt met hartfalen. Het blijkt namelijk dat het hart door die behandelingen minder pompkracht heeft.

Belang van onderzoek

Internist-hematoloog aan het UMC Utrecht Anna van Rhenen die samen met Marijke Linschoten, arts-onderzoeker cardiologie aan het Amsterdam UMC hierna onderzoek doet, schetsen hoe belangrijk het is om hartfalen te helpen voorkomen.

“Steeds meer mensen genezen van kanker, of leven er langer mee. Er zijn dus ook steeds meer mensen die moeten leven met de gevolgen van de ziekte en de kankerbehandeling. Als we de schade aan het hart kunnen terugdringen, kunnen we ook de kwaliteit van leven verbeteren.” Voor alsnog richt het onderzoek zich nu op lymfeklierkankerpatiënten, maar het kan mogelijk ook van nut zijn voor andere soorten kanker. 

Dexrazoxaan

Het onderzoek zal zich in belangrijke mate richten op twee vraagstukken: helpt het om dexrazoxaan toe te dienen, vóór de chemotherapie en kan beter voorspeld worden wélke mensen te maken gaan krijgen met hartfalen?

“Dexrazoxaan is een al langer bestaand middel, dat nu nauwelijks gebruikt wordt in de dagelijkse praktijk. Wij gaan onderzoeken of het helpt het middel preventief toe te dienen. Daarnaast gaan we met dit onderzoek data verzamelen om beter te kunnen voorspellen welke patiënten risico lopen om hartschade door chemotherapie te krijgen.”  

Uitzaaiingen in de botten

Het verbeteren van het onderzoek naar de behandeling van bot-uitzaaiingen van uitzaaiingen in de botten is waar Roxanne Gal het geldbedrag van het KWF (€ 835.377,30) voor zal gebruiken. Steeds meer kankerpatiënten blijven in leven dankzij nieuwe behandelmogelijkheden, maar een deel van hen krijgt te maken met complicaties, waaronder pijnlijke uitzaaiingen in de botten.

Helaas verloopt het onderzoek naar de optimale behandeling van dergelijke uitzaaiingen in de botten vaak moeizaam omdat er te weinig patiënten aan onderzoek meedoen. Gal gaat daarom een bestaande cohorten met patiëntdata samenvoegen met een cohort van het Erasmus MC en ook uitbreiden naar andere academische ziekenhuizen (LUMC en RadboudUMC). Op die manier wordt beter onderzoek mogelijk.

Reactieve zuurstof en DNA-mutaties

Onderzoek doen naar de rol van reactieve zuurstof bij het ontstaan van DNA-mutaties, is waar Tobias Dansen,  samen met Ruben van Boxtel van het Prinses Máxima Centrum aan de slag gaat met de KWF-grant van € 730.493,90. Sommige van deze DNA-mutaties kunnen uiteindelijk tot kanker leiden. Het is bekend dat bij sommige stofwisselingsprocessen in de cel te veel reactieve zuurstof kan vrijkomen. Deze moleculen kunnen DNA oxideren en beschadigen. Om dit tegen te gaan slikken sommige mensen antioxidanten zoals vitamine C en vitamine E.

Grotendeels onbekend is de rol die reactieve zuurstof precies speelt bij het ontstaan van DNA-mutaties, en uiteindelijk dus mogelijk ook bij kanker. Het lijkt er op dat dit onder meer te maken heeft met  waar in de cel – bijvoorbeeld in de celkern of juist in de mitochondriën – precies de reactieve zuurstof ontstaat.

Uitzaaiingen zichtbaar maken

Onderzoek doen naar nieuwe technieken om uitzaaiingen in de buikholte bij patiënten met darmkanker zichtbaar te maken, is waar Onno Kranenburg in samenwerking met Max Lahaye van het Nederlands Kanker Instituut, het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenhoek, zich op zullen richten nu het KWF hen voor dit onderzoek met € 383.460,30 financiert. In dit geval is de enige mogelijke behandeling hiervoor een zeer zware operatie. Van groot belang is dan ook om vooraf zo goed mogelijk te kunnen inschatten wie er wel en niet baat hebben bij een dergelijke ingreep.

Eerder is al, om de uitzaaiingen vooraf zo goed mogelijk in beeld te kunnen brengen een nieuwe beeldvormingstechniek ontwikkeld: ‘diffusie-gewogen magnetische resonantie’ (DW-MRI). De onderzoekers willen DW-MRI nu gaan combineren met PET-scans waarbij een nieuw ontdekt specifiek eiwit (het FAP-eiwit, dat in 90% van de buikholte-uitzaaiingen voorkomt) zichtbaar wordt gemaakt. Dit doet hij met FAPI, een radioactief gemaakte stof die sterk aan FAP bindt. Met dit ‘opsporingsmolecuul’ worden de buikholte-uitzaaiingen zichtbaar op de PET-scan. Kranenburg en Lahaye verwachten met een combinatie van DW-MRI en FAPI-PET de diagnose van uitzaaiingen in de buikholte sterk te kunnen verbeteren.

Complicaties voorspellen met algoritme

Behandeling van alvleesklierkanker is waar Hjalmar van Santvoort onderzoek naar doet. Ook bij deze vorm van kanker moet de patiënt vaak een zeer ingrijpende operatie ondergaan, terwijl er helaas na de operatie nog altijd een grote kans bestaat op levensbedreigende complicaties.

Eerder bleek al dat een algoritme kan helpen gevaarlijke complicaties, zoals het lekken van alvleeskliersappen in de buikholte, te voorspellen en te voorkomen. Dit algoritme bleek effectief, hoewel patiënten de monitoring na hun operatie als zeer intensief ervaarden. Met de € 231.552,00 van het KWF zal Van Santvoort dit algoritme verder optimaliseren. Hiervoor wil hij onder meer de patiëntselectie vooraf en de afkapwaarden waarmee het algoritme vitale functies en bloedwaarden meet, gaan verbeteren. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het St Antonius ziekenhuis in het Regionaal Academische Kankercentrum Utrecht (RAKU).

Tags

Deel dit artikel

Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

Tip hier de redactie

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen