Hoe ziet de zorg er in 2017 uit?

do 15 december 2016
Hoe ziet de zorg er in 2017 uit?
Innovatie

Het jaar 2016 ligt bijna achter ons. E-health is als onderwerp inmiddels volledig doorgebroken. Maar om het in de praktijk te brengen is vaak nog lastig. Een aantal leden van onze redactieraad geeft hun beeld op de zorg in 2017. Wat kunnen we verwachten van het komende jaar? Diverse leden van de redactieraad laten hun light daarover schijnen.

Nog niet eens 3% bij de dokter!

Aan de vooravond van 2017 wens ik ons allen toe dat we de (digitale) kloof tussen patiënten en professionals over de manier van zorg verlenen kunnen verkleinen. Deze week stelde TMG (Telegraaf Media Group) nét voor mijn presentatie de vraag aan het publiek waar over 10 jaar volgens hen “zorg” geleverd zal worden. Het bijgaand (alhoewel op lage aantal gebaseerde, maar voor mij herkenbare) plaatje was het gevolg : 66,7% overal, 20,8% thuis, 9,9% in het ziekenhuis en 2,6% (!!) bij de dokter. Een korte 24 uurs poll deze week via twitter is natuurlijk niet als ‘wetenschappelijk’ te noemen, gaf een vergelijkbaar beeld. Aan de andere kant geven dit soort uitvragen wel een zeker ‘gevoel’, binnenkort publiceer ik meer wetenschappelijke cijfers hierover. Koppel dat aan de 75% patiënten die graag digitale zorg wil ontvangen, maar het volgens de jaarlijkse eHealth- monitor van Nictiz/Nivel, voor het vierde jaar op rij, gewoonweg niet aangeboden krijgt. Dat staat dan in schril contrast met de artsen die aangeven dat patiënten er niet om vragen, en het ‘dus’ niet leeft, het lijkt soms wel een simulatie van de werkelijkheid. Het liefst zou ik dan ook in ons eigen huis gewoon een bord aan de ingang plaatsen “Overleg met uw arts of verpleegkundige of een volgend consult ook digitaal kan plaatsvinden.” We moeten patiënten meer in stelling brengen en empoweren, denk ik wel eens. Daarnaast is het aantal papers rondom “digitale zorg” ook steevast aan het toenemen (zie tabel) en is er een aanzwellende bereidheid van verzekeraars en Ministerie om ook financiering mogelijk te maken. Desondanks wordt nog steeds één enkel voorbeeld van innovatie (u weet wel dat proces dat soms lukt, en soms ook niet) als Theranos voortdurend aangehaald als ‘bewijs’ dat het allemaal niet klopt. Op basis van n=1 dus, waar dit proces overigens door velen uiterst kritisch is gevolgd. Het gaat van één kant te ver om hier voorbeelden van ‘evidence base medicine’ die verkeerd afliepen, diepgaand aan te halen zoals over vaccinatie en autisme of de studie die ons vertelde dat vet slecht is. Deze ‘wetenschappelijke studies’ zijn namelijk teruggetrokken, net als een aantal andere zie www.retractionwatch.com. Is wetenschap dan niet goed? Natuurlijk wél en is dat ook precies wat wij binnen het Radboudumc uitvoeren op het vlak van digitale zorg. Wij geven niet vormgeven in de setting van de Triple Helix (kennisinstellingen, overheid en industrie) zoals op veel plekken gebruikelijk is, maar in de vorm van een Quadruple Helix (kennisinstellingen, overheid, industrie EN DE PATIENT). Met de patiënt betrokken vanaf het begin, we noemden het 5 jaar geleden ’patiënt als partner’. Het lijkt echter als je sommige wetenschappers hoort, alsof de innovaties in geneeskunde uit de lucht zijn komen vallen, zonder een meanderend pad van voortdurende innovaties. Net zoals enkele voorbeelden op het vlak van wetenschap niet maatgevend of representatief voor de hele sector zijn, geldt dat ook voor digitale innovatie, welke overigens doorgaans geleidt wordt door artsen. En het is juist dát wat ik mis in dit debat, de nuance in plaats van een setting waarin vooral de valkuilen gezien worden en de voordelen niet. Ik hoop dat in 2017 de speech van voorzitter van de AMA niet langer aangehaald wordt, zónder ook de ‘aftermath’ te benoemen waarin hij door nogal leden wat uit zijn achterban ter verantwoording werd geroepen en zelfs een FAQ pagina moest openen (die overigens gaandeweg ‘verdund’ is). En de weken erna verschenen er diverse rapporten vanuit de AMA over digitaal zorg (of wat het misschien wel een publiciteitsstunt?) Om vervolgens een maand later een grote samenwerking aan te kondigen op digitale zorg vlak met Ohmada Health. Mijn oproep is dan ook positief kritisch te staan tegenover ontwikkelingen. Zolang dat niet het geval is blijven wij (blijf ik) de rol als uitdager, protagonist, techno-optimist in een wereld van berusters, ontkenners en techno-pessimisten voorlopig nog even met een kritische blik spelen. En zullen wij met een ‘half vol’ glas in de hand wetenschappelijk onderbouwen wat wél en wat niet werkt. Hierbij kijken we vooral niet weg voor wat er in de maatschappij gebeurd. Als was het maar voor de Yin-Yang ;-) Lucien Engelen Voorzitter redactieraad | Directeur REshape Radboudumc

Laat de mensen mensen zijn in 2017

Hoe zal e-health binnen de zorg er in 2017 uitzien? We zullen meer VR-brillen zien, er zullen meer zorginstellingen en ziekenhuizen overstappen op EPD’s, en er zal meer vergaderd worden over innovatietrajecten. Overigens betwijfel ik of de inderdaad steeds meer consumenten bloeddruk en hartslag zullen meten. Zal die groei zo groot zijn als sommigen verwachten? Belangrijker is dat in 2017 de consument/patiënt nog meer gaat beseffen wat de voordelen zijn van e-health. En dat artsen gaan beseffen dat zij dit moeten leveren. Ik heb het niet over de voordelen van besparingen of meer efficiency. Want het beeld van de mens als Homo Economics klopt nu eenmaal niet. De mens die altijd rationeel besluiten neemt, bestaat niet. Mensen varen nu eenmaal voor het grootste deel op hun gevoel. Dus laten we in de zorg niet de fout maken om ervan uit te gaan dat mensen de technologie echt wel omarmen, omdat dit nu eenmaal beter is voor hun portemonnee of zorgt voor efficiencyslagen. Emotionele connectie Om de technologie dichter bij de mensen te krijgen, moeten we zorgen voor een emotionele connectie tussen technologie en mensen. Het gaat om het gevoel, of de glimlach zo je wilt. Zoals de demente bejaarde die dolblij wordt van een robotzeehond. Of de vader die dankzij VR toch bij de bruiloft van zijn dochter kan zijn, ook al ligt hij in het ziekenhuis. Of de chirurg die gemakkelijker kan opereren met behulp van 3D-technieken. Juist díe emoties zullen zorgen voor een doorbraak van e-healt. Het gaat om gemak, sfeer en gezelschap, zoals we ook kennen van de trend #Hygge die uit Denemarken is overgewaaid. Hygge gaat over sfeer en gezelschap. Het staat voor gezelligheid en doen wat je fijn vindt. Ik wijs ook even op guilty pleasures. Wie heeft er geen? Mensen houden er nu eenmaal van om dingen te doen die niet per se goed voor je zijn. En dus pak je een chocolaatjes, een wijntje of lig je lui op de bank als je daar zin in hebt. We zijn per slot van rekening mensen, ook toevallig ook patiënt/consument of arts is. De efficiency-eis vind ik overigens wel terecht om die gebieden waar geld centraal staat: de zorgverzekeraars, de budgetten, de inkopers. Laat daar efficiency prevaleren. Maar laat in de zorg tussen mensen, tussen artsen en patiënten en medisch personeel onderling, vooral het MENS-zijn voorrang hebben. Laat e-health hier een hulpmiddel zijn en geen doel op zich. Als dat lukt in 2017, dan wordt het een mooi jaar. Yvonne Keijzers Hoofdredacteur ICT&health

De pioniers van onbegrensde technologische mogelijkheden

Wanneer ik aan technologie denk, denk ik aan onbegrensde mogelijkheden. Elk jaar komen we in de zorg een stapje dichter bij de bedoeling van technologie: het verbeteren van de kwaliteit van zorg. De jaren die nu volgen, zijn de ontdekkingsjaren. Wij zijn de generatie van de pioniers. De transitie van een traditionele zorgorganisatie naar een blended care-organisatie vindt nu plaats. Drie technologische ontwikkelingen beleven in 2017 een doorbraak. Virtual Reality (VR) is er een van. Talloze bedrijven bouwen aan VR-omgevingen. Training en simulatie van behandelingen en operaties worden op basis van VR uitgevoerd. Een platform als Vrendle maakt deze VR-films heel toegankelijk. Ook vindt de opkomst plaats van emotionele robots, die begrijpen in welke emotionele toestand een mens zich bevindt. Ze anticiperen daarop of nemen taken uit handen. Tot slot gaan we meer zien van de mogelijkheden van blockchain en big data. Iedere zorginstelling verzamelt grote hoeveelheden data, bijvoorbeeld vanuit ROM-onderzoek (Routine Outcome Measurement). De verzamelde informatie biedt nieuwe mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek en gepersonaliseerde zorg. Ontwikkelingen als Fast Track Science dichten het gat tussen practise en evidence based en zorgen ervoor dat start-ups hun producten in slechts enkele weken op bruikbaarheid toetsen. Het jaar 2017 staat niet alleen in het teken van nieuwe ‘disruptive’ innovaties, maar ook van het opschalen, integreren en borgen van bestaande innovaties. Er zijn tal van slimme technologieën waarvan de care nog geen gebruik maakt. In 2017 gaan we deze kansen verzilveren. Sanneke Langendoen e-health en Innovatie Pluryn

Het ‘Fasten Seatbelts’ teken zal binnenkort oplichten, bent u er klaar voor?

Tot en met 2014 verkeerden we in een snuffelfase als het op ‘digitale zorg’ aan kwam: veel hype, veel start-ups en her en der intense pilotprojecten. Vanaf 2015 begon de implementatiefase: op verschillende plaatsen werd immers aangevangen met ‘digitale zorg’ écht te implementeren in het ecosysteem. Ik vermoed dat 2017 het laatste jaar is van die implementatiefase alvorens dat we in 2018 de adoptiefase aanvangen, een fase waarin op grote schaal digitale zorg binnen gebracht wordt in de zorgsysteem. ‘Digitale zorg’ zal vanaf dan ook gewoon terug ‘zorg’ worden, gelijkaardig aan hoe dat ‘digitaal bankieren’ ook ‘bankieren’ werd. 2017 wordt een intens jaar van consolidaties, combinaties, integraties, zware investeringen en diverse spraakmakende samenwerkingsverbanden met niet-zorg-gerelateerde sectoren. De meeste deelnemers in het ecosysteem hebben hun ticket al aangeschaft, zijn ingecheckt en staan klaar om aan boord te gaan. Het is enkel nog een kwestie van wat ellebogenwerk om de beste zitplaatsen en lockers te bemachtigen. Bart Colet Partner Advance Healthcare, Mede-oprichter Healthstartup EU en Directeur Vandecruys

2017 wordt het jaar van patiëntparticipatie

Al jaren praten we over “patiëntparticipatie”. De droom dat iedereen zelf verantwoordelijkheid kan nemen voor zijn eigen gezondheid. Vanuit kennis over het eigen medisch dossier en de keuzemogelijkheden voor zorg. De droom dat we gelijkwaardiger gesprekspartner kunnen zijn voor onze arts, en samen kunnen zorgen dat de zorg persoonlijker wordt en veilig en efficiënt. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd om die droom te bereiken. Toch blijkt uit de eHealth-monitor 2016 dat nog maar 4-6 procent van de zorggebruikers online zijn medische gegevens kan inzien en 1 procent een persoonlijk gezondheidsdossier heeft gebruikt. Een resultaat dat velen, en mij ook, teleurstelde. Heldere standaarden Maar… in 2017 worden de belangrijkste laatste drempels opgeruimd. Door het programma ‘Meer regie over gezondheid’ van Patiëntenfederatie Nederland wordt glashelder aan welke standaarden persoonlijke gezondheidsomgevingen moeten voldoen. Daarnaast neemt de overheid een definitief besluit over de nieuwe eID standaard, zodat helder is hoe een veilige toegangscontrole bij het gebruik van eHealth kan worden geborgd. En last but not least, krijgen ziekenhuizen en industrie met het NVZ programma VIPP komend jaar een enorme financiële impuls om te investeren in tools die zorggebruikers zelf regie kunnen geven. Het is spannend of zorg en industrie erin slagen tools te creëren die zo gebruiksvriendelijk zijn dat wij in onze persoonlijke gezondheidsomgeving of portaal, over begrijpelijke zorginformatie kunnen beschikken. Ongeacht de bron en softwareleverancier. En op zo’n manier dat we regie kunnen nemen voor onze gezondheid. Eén ding is duidelijk, dat lukt alleen als zorg en industrie samen werken mét patiënten voor betere gezondheid door betere informatie. Lies van Gennip Directeur Nictiz

Wat brengt 2017 voor de huisarts?

Als in de laatste “Huisarts en Wetenschap” naar aanleiding van het NHG-congres 2016, hoogleraar en klinisch geneticus Han Brunner spreekt over de mogelijkheid van een farmacogenetisch paspoort, dan weet je het: er begint iets te bewegen. Want zelfs in de toch wel als conservatief te beschouwen huisartsenwereld begint aandacht te komen voor nieuwe ontwikkelingen in de (epi)genetica. In Medisch Contact stond recent een artikel waarin gesproken werd over de mogelijkheden van ingrijpen in het DNA, door middel van CRISPR-cas. En in deze zelfde eerder genoemde H en W werd ook al gerept over de mogelijkheden van deze techniek bij zeldzame aandoeningen. Die, schrik niet, in de gemiddelde huisartspraktijk toch wel 100-150 keer voorkomen. Dit is een positieve ontwikkeling. Een negatieve zie ik ook: de vertraging in het meegroeien van wat ik maar onze beroeps-software noem. Ons HIS. De wil is er, maar de mankracht ontbreekt bij de leveranciers, om van het nogal logge HIS een echt flexibel en onderling verbonden platform te maken. De ‘blue button’ om gegevens door de patiënt te laten downloaden, is er nog lang niet. Ik verwacht ondertussen een parallelle beweging waarbij misschien grote spelers als Apple of Microsoft een mooi platform ontwikkelen, waarbij de patiënt aan de leidende kant zal staan. En dan móeten de HIS-sen (én de KIS-sen) wel meebewegen. Of uitsterven… Tenslotte zie ik dat de acceptatie van wearables en apps bij patiënten momentum lijkt te krijgen. Zou 2017 het jaar zijn waarin we echt die zaken professioneel gaan regelen en in ons arsenaal opnemen? Bart Timmers Huisarts

Gezondheid, gezondheidszorg en levenswetenschappen

De interesse van mensen in hun gezondheid en voeding neemt in 2017 alleen maar toe. Bewustwording hiervan wordt in de hand gewerkt door relatief goedkope sensoren en wearables: kortom, het Internet of Things (IoT). Burgers zullen niet alleen meer data over zichzelf genereren, maar er kunnen ook openbare bronnen, zoals gegevens over het weer aangesproken worden. Dat geeft ook nieuwe impulsen aan datascience in de gezondheidszorg. Met behulp van machine learning, natural language processing en pattern recognition zullen wij de data kunnen begrijpen en onze gezondheid en levensstijl beter onder controle kunnen krijgen en verder optimaliseren. De opleidingen aan de universiteiten gaan hierop gaan inspelen. Start-ups haken hier snel aan, omdat software development binnen een zogenaamde API-economie plaatsvindt. Blockchain Op het gebied van betaling, zoals uitkering van zorgkosten of toekennen van geoormerkt zorggeld (t.b.v. bijvoorbeeld thuiszorg voor langdurig zieken) zal blockchain-technologie zijn intrede doen. Indien dat succesvol verloopt, zullen ook andere gebruiksscenario’s met betrekking tot vertrouwelijke informatie-uitwisseling in de zorg op basis van blockchain worden ingericht. De grote, niet-traditioneel uit de zorg afkomstige technologiebedrijven (zoals Apple, Google, IBM en Salesforce), zullen zich meer nadrukkelijk op het gebied van gezondheid, gezondheidszorg en levenswetenschappen bewegen. Het ter beschikking hebben van grote hoeveelheid gegevens over het hele ecosysteem van de zorg, maar ook de technologie om data op te slaan, en te bewerken, maakt dat zorginstellingen en technologiebedrijven dichter bij elkaar komen te staan. Nicky Hekster IBM Watson

Wordt 2017 het jaar waarin we de App hype voorbij zijn?

Het lijkt wel alsof we in het App-tijdperk leven. Voor alles is een App, en die Apps gaan ook alles oplossen. Er zijn duizenden gezondheidsapps. En iedere dag komen er meer bij. De zorg wordt er beter en goedkoper van, ze maken ons gelukkiger en gezonder, ze zorgen dat we nog makkelijker de weg vinden (of kwijt raken: een kwestie van perspectief). Dat is in ieder geval wat de makers ons beloven en steeds meer zorgverzekeraars ook. Gelooft u het? Ik niet. Ik word gek van al die apps. En eerlijk gezegd heb ik er nog nooit een meer dan een of twee keer gebruikt. U wel? Waar komt die belofte van Apps toch vandaan? Dat is eenvoudig: er zijn heel fraaie apps die echt nuttig zijn en mensen op weg helpen bij hun gezondheidsdoelen. Maar zoals zo vaak schieten we door. Maat houden is niet waar we als mensen het sterkst in zijn. Maar dat wist u al, want daarvoor zijn veel van die apps bedoeld, om ons daarbij te helpen. Kritisch durven kijken Voor mij wordt het tijd om deze hype achter ons te laten en kritisch te kijken naar wat ons echt verder helpt en wat niet. Ik hoop dat 2017 het jaar wordt waarin dat gebeurt. De eerste tekenen daarvoor zijn er; de recente e-health monitor laat zien dat veel patiënten behoorlijk kritisch staan tegenover het gebruik van e-health en niet zondermeer de voordelen zien. Patiënten zijn best verstandig. Misschien is het goed om beter naar hen te luisteren. Luc de Witte Hoogleraar en Lector Technologie in de Zorg en Directeur bij het Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT)

E-health is sociale innovatie

Het is mooi om te zien dat we op veel plaatsen in Nederland op inspirerende wijze bezig zijn om de zorg te vernieuwen. De afgelopen jaren is er fors ingezet op de toepassing van digitale zorg. De eHealth Monitor van Nictiz en de eHealth Meetlat van Zorgbelang Brabant lieten tegelijkertijd zien dat veel e-health-initiatieven tot nog toe zijn blijven steken in pilots en lokale initiatieven. Dat kan zo niet langer! In 2017 is er geen plaats meer voor het halfslachtig werkend krijgen van eHealth-concepen. Zullen we met elkaar daarom afspreken dat we in het komend jaar nu e-health niet meer labelen als technologische vernieuwing maar het kenschetsen als sociale innovatie? Vernieuwende ideeën en werkwijze om te vernieuwen, verbeteren en te komen tot gepersonaliseerde eHealth komen van onderop. Zodat met gebruik van e-health iedereen deelt in en bijdraagt aan de goede kwaliteit van leven in Nederland. Hebben wij een deal als we in 2017 ons niet alleen meer richten op de meest innovatieve technologische hoogstandjes? Laten we volgend jaar eerst maar eens de eHealth-basisdiensten succesvol implementeren! Volgend jaar zien en horen we natuurlijk ook niet meer congressen, werkconferenties en trainingen designers, managers en professionals praten over patiënten en cliënten in relatie tot digitale zorg. In 2017 nemen ervaringsdeskundigen het woord. Wat wie weet er nu beter wat er nodig is dan de burgers zelf? Wat ons betreft staan de maatschappelijke behoeften centraal bij het ontwerpen en implementeren van e-health. De grootste uitdaging voor duurzame ontwikkeling is om actoren zelf te laten bepalen wat eHealth concreet voor hen betekent binnen hun specifieke context. Én wat zij zelf kunnen doen om digitale zorg te versterken. Oh ja, zullen we de gezamenlijke uitdaging van grootgebruik van e-health nu eens écht samen doen? Het gaat er immers om dat zorgverleners en ondersteuners, zorgverzekeraars, overheden en burgers samen dit spel op de wagen krijgen. Maar ja, hoe dan? Nou gewoon: beginnen met het idee, een waarderend gesprek, een groot leeg vel en dan met verschillende beproefde methodieken de eindgebruiker al in de ontwerpfase van e-health-toepassingen betrekken (co-design). Als we dan toch bezig zijn, zullen we dan eindgebruikers in 2017 niet meer vragen wat ze over vijf jaar willen (en dan concluderen: ‘zie je wel, er komt toch niets uit!’)? Maar ons vanaf nu veel meer bezig houden met persona’s om doelgedrag in kaart te brengen (co-creatie). Drs. Ary Bosker MWO is programmaleider e-health en senior consultant bij Zorgbelang.