Waarde videoconsulten in derde lijn; hulp bij evaluatie digitale zorg

do 18 februari 2021
Waarde videoconsulten in derde lijn; hulp bij evaluatie digitale zorg
Innovatie
Premium

In deze rubriek presenteert Tom van de Belt de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek op het snijvlak van digitalisering en gezondheid. De primaire focus ligt op Nederlandse studies. Deze editie betreft het een studie over de waarde van videoconsulten en een onderzoek naar de evaluatie van digitale zorgtoepassingen.

Waarde van videoconsulten in derdelijnszorg
De Covid-19 pandemie heeft de digitale transitie enorm versneld, volgens een recent rapport tot wel zeven jaar. Hoe groot de versnelling in de Nederlandse gezondheidszorg is, dient nog te worden onderzocht. Duidelijk is al dat toepassingen die al jaren bestonden het afgelopen jaar een vlucht namen. Denk aan (zelf)zorg met digitale hulpmiddelen en het maken van audio-opnames van gesprekken met zorgverleners. Videoconsulten staan waarschijnlijk bovenaan de lijst. Toch is nog weinig bekend over de ervaringen van patiënten en zorgverleners. Esther Barsom en collega’s deden hier daarom onderzoek naar in het Amsterdam UMC.
Zij voerden een dwarsdoorsnedeonderzoek uit waarbij ze volwassen mensen die behandeld werden voor een colorectale (dikke of endeldarm) aandoening de keuze lieten maken voor een telefonisch consult of videoconsult. Het betrof een consult met hun behandelend chirurg. In het onderzoek was veel aandacht voor non-verbale communicatie die met een videoconsult mogelijk is.

Na het consult werden beide groepen door middel van een vragenlijst bevraagd over (gebrek aan) ervaren meerwaarde en ervaringen met digitale zorg. Er was een aparte vragenlijst voor zorgverleners met vragen over tevredenheid en meerwaarde. Bij beide vragenlijsten konden respondenten via een vijfpuntsschaal aangeven in hoeverre ze het eens waren met stellingen. Verder konden ze hun keuze toelichten.

Ervaringen patiënten
50 patiënten en hun zorgverleners namen deel aan het onderzoek. 22 kozen er voor het videoconsult, wat liet zien welk deel van de patiënten bereid was tot zo’n consult. Patiënten die voor die een videoconsult kozen, gaven na afloop aan dat ze hier zeer positief over waren. Deelnemers (72%) hadden het idee dat hun zorgverlener beter in staat was hun situatie in te schatten en hun behoeften beter begreep dan via een telefonisch consult het geval zou zijn geweest, omdat ze elkaar nu ook zagen. Deze bevinding gold ook voor meekijkende familie. 95 procent van de patiënten die kozen voor het videoconsult, hadden het idee dat hun privacy voldoende beschermd was.

Patiënten die voor die een videoconsult kozen, geven aan dat ze hier zeer positief over waren

Ervaringen zorgverleners
Zorgverleners vonden dat in 20 van de 22 videoconsulten de visuele component belangrijke toegevoegde waarde had. Bovendien gaven zij aan dat zij bij minstens de helft van de telefonische consulten baat zouden hebben gehad bij de missende visuele component. De belangrijkste meerwaarde ten opzichte van een telefonisch consult was volgens zorgverleners het behouden blijven van de non-verbale feedback - en het daardoor beter kunnen ‘lezen’ van de emoties. In 33 van 50 gevallen vonden zorgverleners daarom dat ze via een videoconsult beter in de behoeften van patiënten konden voorzien.

Vervolgonderzoek
De onderzoekers geven aan dat ze bewust gekozen hebben voor vrije keus van de patiënt bij het kiezen van de vorm van het consult. Dit past volgens hen past bij de huidige beweging in de zorg waarbij de patiënt waar mogelijk zelf de keuze kan maken voor de gewenste contactvorm met de hulpverlener. Daarbij moet worden opgemerkt dat de vrije keuze voor één van de studiegroepen in de regel wel tot vertekening van studie-uitkomsten leidt. Te verwachten viel dat jongere mensen of mensen met meer digitale vaardigheden eerder voor het videoconsult zouden kiezen. Toch zagen de onderzoekers geen statistisch significante verschillen tussen de twee groepen in leeftijd, geslacht en ervaringen met digitale hulpmiddelen.

Dit onderzoek werd uitgevoerd vóór de eerste Covid-19 golf, wat mogelijk de impact van de resultaten versterkt. Barsom geeft aan: “Inmiddels zien we dat videoconsulten in veel gevallen het te pre- fereren communicatiekanaal van zowel patiënten als zorgverleners is. We zijn het ook meer gewend, omdat we in de privésituatie en het dagelijks leven allemaal veel meer zijn gaan videobellen. Omdat videoconsulten nu zo vaak worden ingezet, zullen we binnenkort starten met een multicenter gerandomiseerd onderzoek naar de impact die videobellen heeft op uitkomsten van zorg en efficiëntie. Daar is nog weinig over bekend.”

Shared decision making
Onderzoeksleider en promotor van Barsom prof. dr. Marlies Schijven vult aan: “Bij het nieuwe onderzoek bestuderen we of patiënten tevreden zijn als zij hun chirurg pas ‘in real life’ op de operatiekamer zien, en daarvoor alleen via een videoconsult. Wij zien regelmatig patiënten die van ver komen en het kan hen veel reistijd en mogelijk ander ongemak schelen. Maar dan moeten zij de zorg zoals die geboden wordt op de poli ter voorbereiding op een operatie wel als net zo goed ervaren.”

Zij benadrukt daarom nogmaals het belang van shared decision making: “We zien in het Amsterdam UMC dat tijdens deze tweede golf videoconsulten steeds meer de voorkeur hebben. Maar het blijft maatwerk. Er is namelijk een groep patiënten die niet wil of (nog) niet kan videobellen. Deze groep moet je daarvoor passende hulp aanbieden. Hiervoor hebben we een aparte helpdesk ingericht, te vinden via onze website. Ook polimedewerkers verwijzen patiënten hier laagdrempelig naartoe. Willen of kunnen patiënten niet videobellen, dan geldt natuurlijk altijd dat hij of zij ook via een telefonisch of face-to-face consult welkom is. We stemmen hier goed over af.”