Transformatie in de zorg vergt inzetten op AI

vr 12 april 2024
Transformatie in de zorg vergt inzetten op AI
AI
Premium

“De beste ideeën om de zorgverlening te innoveren en te verbeteren, komen toch echt van de zorgverleners zelf. Immers, dokters, verpleegkundigen en verzorgenden werken dagelijks voor en met patiënten”, zegt de vicevoorzitter van de raad van bestuur van het UMCG, internist acute zorg en hoogleraar Zorg voor de toekomst, Stephanie Klein Nagelvoort Schuit. Het UMCG werkt veel samen met Epic Systems Corporation om de zorgverlening naar een hoger plan te tillen via IT-toepassingen. Senior vicepresident voor R&D van Epic, Seth Hain, voegt toe: “Dit soort samenwerkingen versnelt innovatie.” Samen zijn ze het erover eens: wil je de transformatie in de zorg gaan realiseren, dan moet je écht inzetten op AI.

Zowel Klein Nagelvoort als Hain spreken in mei op de ICT&health World Conference 2024 in Maastricht. Beiden zien elkaars meerwaarde bij de transitie van zorg: “Juist omdat we totaal verschillende invalshoeken hebben in ons werk, vinden we elkaar. IT weet wat technisch mogelijk is en hoe het systeem moet worden geconfigureerd, terwijl artsen de visie bepalen door hun kennis en praktijkervaring in de zorgverlening.”

Wat hen betreft moet de transformatie van binnenuit komen door van elkaar te leren, want een transformatie kun je niet opleggen. En bij die transformatie is de inzet van generatieve AI onontbeerlijk. “Met generatieve AI is het steeds meer mogelijk om grote invloed te hebben op de zorgverlening. En dat hebben we ook echt nodig, willen we impact gaan maken op de zorg. Ik ben heel blij dat we ook over de grens met bijvoorbeeld Epic hieraan werken”, vertelt Klein Nagelvoort. 

Nauwe samenwerking

Sinds 2016 is Epic betrokken bij het UMCG, toen dat live ging met een nieuw Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Samen met de zorgverleners hebben de medewerkers van Epic bekeken wat er nodig is aan functionaliteiten in het EPD voor de zorgverlener en voor de patiënt. Een nauwe samenwerking tussen techniek en praktijk. 

Acht jaar later is het dus ‘generatieve AI’ die centraal staat in de innovatie-plannen, weet Hain als geen ander: “Artsen wereldwijd adopteren momenteel nieuwe, generatieve AI-aangedreven tools waarmee ze snel informatie kunnen opvragen en met elkaar in verband kunnen brengen. Ze kunnen daardoor patiënten beter volgen en hebben meer tijd in de spreekkamer om met de patiënt face-to-face te kunnen praten.”

'Traditionele AI’ werkt op duidelijke gegevensinvoer en weergave. Generatieve (gen) AI gaat een stap verder door nieuwe content te creëren. Gen AI kan zaken voorspellen die bijvoorbeeld zorgverleners in hun dagelijkse werk vaak tegenkomen. Het genereert als het ware intelligentie. Het is in staat om op basis van ingevoerde gegevens en herkende patronen nieuw materiaal te genereren dat nuttig kan zijn in diverse contexten. De zorgverleners kunnen deze gegenereerde inzichten vervolgens evalueren en indien nodig verfijnen of aanvullen. Het is belangrijk om te realiseren dat de resultaten van AI altijd moeten worden gecontroleerd door menselijke experts. Dit is nodig omdat AI nog steeds fouten kan maken en beperkt is door de kwaliteit van de gegevens die het heeft geleerd.

“Dit proces maakt het mogelijk dat zorgverleners zich voornamelijk hoeven te concentreren op het beoordelen van de resultaten van de generatieve AI en deze waar nodig aan te passen of verder te ontwikkelen. Hierdoor kunnen zij efficiënter werken en zich meer richten op aspecten van hun werk waar menselijke expertise echt onmisbaar is”, licht Klein Nagelvoort toe. 

Andere rol werknemers

Een goed voorbeeld van generatieve AI is ChatGPT. Het is een taalmodel dat op basis van gegevens in het EPD een complete samenvatting gericht op de gebruiker kan samenstellen. Dan krijgt een arts die een patiënt voor het eerst ziet op de poli een heel andere samenvatting dan een verpleegkundige die nachtdienst heeft. 

Helaas besteden zorgverleners veel tijd aan het doen van de administratie, in sommige gevallen zelfs meer dan de helft van hun tijd. Kostbare tijd die niet aan de patiënt kan worden besteed, meent Klein Nagelvoort. 

“Artsen en verpleegkundigen hebben niet voor niets dit vak gekozen. Ze willen mensen helpen en niet onnodig met administratieve taken bezig zijn. Daarom is de komst van generatieve AI meer dan welkom. Het helpt enorm om de druk op de zorg te verlagen. AI in de zorg zal nooit mensen vervangen. Wel zorgt het ervoor dat de rol van de werknemers in de zorgverlening anders gaat worden. Eigenlijk hebben we het dus over een transitie van de rol van de zorgverlener. Maar we zullen gelukkig nooit zonder de werknemers in de zorg kunnen doen. En dat is maar goed ook, want in een van de meest kwetsbare periodes in je leven heb je natuurlijk het liefst een mens aan je bed en niet alleen technologie.”

Patiënt betrekken 

Vorig jaar maakten Epic en Microsoft bekend dat zij gaan samenwerken aan de integratie van generatieve AI-technologie in de EPD-software van Epic. Seth Hain van Epic voorziet een grote toekomst voor het gebruik van gen AI in de medische wereld. 

“AI-oplossingen zoals het GPT-model, hebben veel potentie”, meent Hain. “Vooral als het wordt geïntegreerd in workflows om de productiviteit van artsen in de onderzoeksruimte, mensen in de backoffice vooraf te verhogen.” Een mooi voorbeeld waarin het UMCG een van de koplopers wil zijn, is het gebruik van Ambient Notes. Bij het gebruik hiervan kun je van een gesprek in de spreekkamer een volledige status laten genereren inclusief discrete registratie in het EPD. Hain: “Dat betekent: de juiste gegevens op de juiste plek in het dossier.”

Kortweg komt het erop neer dat via generatieve AI het verhaal dat een patiënt verteld aan een zorgverlener gaat vertalen naar klinische taal en opname in het EPD. 

Klein Nagelvoort geeft een voorbeeld: “Als ik als internist aan een patiënt vraag: ‘kunt u nog ver lopen?’, dan zou ik als specialist graag een antwoord in medische, concrete termen willen horen. Bijvoorbeeld het aantal meters, welk lichaamsdeel dan pijn doet, et cetera. Maar logischerwijs krijg ik in de praktijk vaker antwoorden in de trant van: ‘Ik kan wel naar de supermarkt om de hoek of bij mijn dochter komen’. Dan moet ik als arts ondertussen denken: hoeveel meter zou dat dan zijn? Ik moet dus luisteren én een vertaalslag maken naar medische termen. En ondertussen moet ik ook het dossier van deze patiënt bijwerken. Het is dus een onpersoonlijke setting waarbij ik met een half oor naar de patiënt kan luisteren en terloops ook naar mijn scherm tuur om gegevens in het juiste veld te noteren. De patiënt ziet die grote computer in het midden en de arts is aan het multitasken. En dat terwijl de zorgverlening eigenlijk een heel menselijke interactie zou moeten zijn.”

Meer tijd voor patiënt

In de toekomst moet generatieve AI de informatie gaan noteren en omzetten zodat de arts in de spreekkamer ook daadwerkelijk meer tijd heeft voor de patiënt. De computer staat dan niet meer tussen arts en patiënt, maar staat aan de zijkant en luistert mee om de gegevens te vertalen. Die computer maakt er vervolgens een status van en de arts hoeft het dan op sommige punten alleen nog bij te werken of aan te scherpen. 

De computer ‘luistert’ als het ware mee tijdens het consult en zet grofweg de juiste gegevens in de daarvoor bestemde vakken, bijvoorbeeld roken, bloeddruk. Maar ook tijdens het doen van lichamelijk onderzoek kan de arts hardop zeggen wat de procedure is en wat daarvan de uitkomst is. Dat hoort zowel de patiënt als de computer. 

“En dan komt het moment waarop je als zorgverlener tegen je patiënt kunt zeggen: zullen we samen even kijken hoe de computer dit heeft geregistreerd? Daarmee maak je de patiënt actief deelgenoot van het eigen zorgtraject én van de nieuwe werkwijze op basis van AI”, vertelt Klein Nagelvoort. 

Hain ziet ook dat AI ook de patiënt helpt om meer eigenaar te worden van hun zorgpad. “De patiënt wordt door deze nieuwe werkwijze op basis van technologie meer meegenomen in het traject. Maar ze plukken er ook de vruchten van. Neem alleen al ons patiëntenportaal MyChart. Daarin kunnen eenvoudig nieuw beschikbare afspraken aan patiënten op de wachtlijst worden aangeboden. Door die snelle match heeft het UMCG patiënten gemiddeld 25 dagen eerder kunnen zien dan voorheen het geval was.” 

Juiste volgorde en lef

De voorbeelden die Stephanie Klein Nagelvoort en Hain al noemden, gaan over de innovaties en zorgtransities die zich afspelen binnen de muren van het UMCG – en de bredere Nederlandse EPIC-gemeenschap. Maar de transitie van de zorg heeft betrekking op heel Nederland, zo niet heel Europa en verder. Dan mogen de systemen die zijn ontwikkeld nog zo goed zijn, als de gegevens niet eenduidige worden geregistreerd en kunnen worden hergebruikt, loopt het vast op de gegevensuitwisseling. Epic speelt hierop in met het interoperabiliteitsplatform ‘Care Everywhere’, vertelt Hain: “Dit platform geeft het UMCG de mogelijkheid om patiëntendossiers uit te wisselen met andere ziekenhuizen in de regio, in het land en zelfs in andere landen. In 2023 wisselde het UMCG via Care Everywhere ongeveer 397.000 patiëntendossiers uit.” 

Maar volgens Klein Nagelvoort beginnen we in Nederland toch wel een beetje achter te lopen in de gezondheidszorg omdat de gegevensuitwisseling nog niet in orde is. Ze pleit dan ook voor meer centrale regie en wat haar betreft is daarmee met CumuluZ een goede start gemaakt. Het mede door de NFU gelanceerde CumuluZ-platform zorgt ervoor dat benodigde gezondheidsdata systeemonafhankelijk beschikbaar is voor de zorgverlener en voor de patiënt.

Verder benadrukt Klein Nagelvoort nog dat de juiste volgordelijkheid van implementatie heel belangrijk is. “We kunnen wel bepaalde handelingen digitaal gaan maken, maar dat is iets anders dan een digitale transformatie. Een digitale transformatie vraagt om anders denken. En bij dat anders denken hoort ook dat je andere rollen aanneemt in de zorgverlening. Wat ik al zei, door de invoering van generatieve AI worden zorgverleners niet overbodig, maar krijgen ze een andere rol. En dat maakt het op dit moment wel ingewikkeld. Want eigenlijk weten we nog niet zo goed hoe we het met z’n allen willen hebben. De wil is er wel, maar er is ook echt lef voor nodig om te durven transformeren.” 

Niet te bang zijn

Voor zorgverleners staat alles in het teken van kwaliteit en veiligheid voor de patiënten. Dat gaat voor het invoeren van technologische innovatie. Klein Nagelvoort beaamt dat resoluut: “We gaan niet spelen met levens, punt. Wat we ook willen, is dat we graag alle patiënten die zorg nodig hebben, tijdig kunnen zien. En daarom proberen we samen met het bedrijfsleven, zoals Epic, het werken handiger te organiseren.” 

Maar er is ook wel enige teleurstelling onder artsen en verpleegkundigen, merkt Klein Nagelvoort. “Al jaren wordt er geroepen: ‘Er komt technologie en dat gaat ons in ons werk en de patiëntenzorg helpen’. Maar tot nu toe is bijna alleen maar complexer geworden. We hebben klassieke processen digitaal gemaakt. We voegen dan vaak iets toe waardoor het juist ingewikkelder is, zeker als je die processen wilt harmoniseren. En soms betekent dat ook dat je juist zaken niet moet doen.” 

Daarom heeft het UMCG sinds vorig jaar de ‘Afschafprijs’ in het leven geroepen. Op de dag van de verpleging werd gekozen welk onderdeel of welke handeling in de zorgverlening wel kan worden afgeschaft. Klein Nagelvoort: “De prijs is in het leven geroepen om eens kritisch te kijken naar je eigen service-, dienst-, en zorgverlening en om jezelf de vraag te stellen: ‘waarom doen we dit eigenlijk nog en als we het niet doen, besparen we dan tijd en geld?’. Hiermee geven we de regie aan de mensen die het werk uitvoeren.”

Vorig jaar was een van de winnende ideeën het niet meer altijd dagelijks verschonen van de bedden. Dat doe je thuis ook niet, tenzij noodzakelijk, stelt Klein Nagelvoort. “Dat bespaart menskracht, milieu en geld. Ik ben heel benieuwd welk onderdeel ditmaal de winnaar wordt van de Afschafprijs binnen het UMCG. En heel misschien kan dat wel iets digitaals of innovatiefs zijn? Dat is dan helemaal niet erg want klaarblijkelijk is niet alles wat op papier is gezet, ook werkbaar in de praktijk.”

Hain is het met haar eens en voegt tot slot toe: “We kunnen snel handelen om nieuwe technologieën te evalueren en toe te passen. Omdat gezondheidszorg van levensbelang is, moet je duidelijke keuzes maken waarom je iets wilt implementeren.”