Van Ark positief over opschalen, integratie digitale zorg

vr 4 december 2020 - 08:00
Digitaal-consult
Overheid
Nieuws

Een innovatie zoals het gebruik van telemonitoring of een e-consult is pas geslaagd als deze volledig is geïntegreerd in het primaire, reguliere zorgproces. Dat schrijft minister van Ark in een brief aan de Tweede Kamer over de status van de digitale zorg in Nederland. In het verlengde hiervan zal Van Ark begin 2021 een brief sturen over hoe zij de opschaling van goede initiatieven, gericht op anders werken in de zorg, vorm wil geven.

De brief moet de Tweede Kamer informeren over de acties die zijn ingezet om succesvolle initiatieven op het gebied van digitale zorg op te schalen. Want, stelt Van Ark, gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden waarbij het gebruik van zorgtechnologie niet meer als ‘automatisering’ maar als organisatieverandering wordt benaderd. Waarbij meteen, al dan niet gefaseerd, afscheid wordt genomen van de oude situatie, zonder dat daar eerst uitgebreide pilots aan te pas komen.

Volgens CDA-Tweede Kamerlid Joba van den Berg is er vaak sprake van een ‘not invented by me syndroom’, waarbij goede initiatieven niet door anderen worden overgenomen. In plaats daarvan ‘bloeien er duizend bloemen’ waardoor opschaling onvoldoende van de grond komt. Van Ark stelt dit beeld te herkennen, maar ziet tegelijkertijd de nodige hoopvolle ontwikkelingen die hier verandering in brengen en die het ministerie van VWS actief ondersteunt.

Mix fysieke en digitale zorg

Zo komen de innovaties ook voor alle patiënten van een instelling binnen bereik, in op maat gesneden mengvormen van fysieke en digitale zorg (hybride zorg). Als voorbeeld schetst Van Ark dat het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ, Nijmegen) telemonitoring nu operationeel beschikbaar heeft voor COPD, hartfalen en patiënten die een ingrijpende darmoperatie hebben ondergaan. Als volgende stap voor opschaling zijn nu diabetes en nazorg voor corona-patiënten aan de beurt, mogelijk gevolgd door zorg na een knie- of heupingreep.

'De transitie naar deze zorg op afstand brengt aanzienlijke, soms ingrijpende veranderingen in zorgpaden en werkprocessen met zich mee', schrijft Van Ark. 'Dat impliceert dat implementatie niet copy paste van collega-zorginstellingen overgenomen kan worden, en organisaties ieder hun eigen specifieke veranderingsproces dienen door te maken.'

Krachtenbundeling

Dat neemt volgens de bewindsvrouw niet weg dat zorgpartijen veel kunnen leren van en voortbouwen óp de ervaringen van collega’s, en dat door samenwerking krachten kunnen worden gebundeld. 'Ook dat zien we gelukkig steeds meer gebeuren.'

  • Zo hebben Medisch Spectrum Twente en Ziekenhuisgroep Twente gezamenlijk het EPD ingevoerd.
  • Binnen het Citrienfonds is afgesproken dat UMC’s elkaars innovaties gebruiken.
  • In West-Brabant werken 12 organisaties samen aan opschaling van veelbelovende toepassingen (zoals slimme luiers en een augmented reality bril om de dubbele controle bij toediening van medicijnen achterwege te kunnen laten). Daarbij heeft TanteLouise het voortouw bij het gebruik maken van elkaars ervaringen en expertise.
  • Het communicatieplatform BeterDichtbij heeft sinds de aanvang van de coronacrisis een groeispurt doorgemaakt van 24 naar 35 ziekenhuizen, waarbij meer dan 400 vakgroepen het platform in gebruik hebben genomen.

Regionaal innovaties opschalen

Verder kunnen innovatiehubs zoals de Health Hub Utrecht, het Care Innovation Centre in Brabant en het Health Innovation Park in Zwolle, een belangrijke bijdrage leveren aan het gezamenlijk regionaal optrekken bij het opschalen van zorginnovatie in plaats van 'elk voor zich'-benadering. 'Redenerend vanuit gezamenlijke opgaven geven zij beter zicht op oplossingen die ook op grotere schaal bruikbaar zijn. Dergelijke strategische samenwerkingsverbanden tussen partijen in een regio: zorgaanbieders, kennisinstellingen, onderwijs, bedrijfsleven, patiëntenorganisaties verzekeraars en gemeenten kunnen bijdragen aan geïntegreerde concepten voor netwerkzorg en domeinoverstijgende samenwerking.'

Naast strategische allianties, operationele invullingen van samenwerking en het gebruik maken van ervaringen van anderen kunnen ook randvoorwaardelijke ondersteuningsinstrumenten en stimuleringsprogramma’s er belangrijk aan bijdragen dat niet telkens zelf het wiel wordt uitgevonden.

Wiel niet opnieuw uitvinden

Enkele voorbeelden zijn:

  • In opdracht van VWS heeft Het National eHealth Living Lab (NeLL) samen met de Long Alliantie Nederland en het Franciscus Gasthuis & Vlietland de handreiking Digitale Zorgtoepassingen voor patiëntgerichte COPD zorg opgesteld. De handreiking biedt een overzicht van beschikbare digitale zorgtoepassingen voor COPD en tips voor implementatie van deze toepassingen. Handreikingen voor andere chronische aandoeningen zijn in onderzoek. NeLL werkt ook aan een landelijk toetsingskader voor gezondheidsapps.
  • Op verzoek van ZonMw ontwikkelde de Erasmus School of Health Policy & Management een waardenmodel voor e-health, waarmee kosten/investeringen en baten/opbrengsten in kaart gebracht kunnen worden.
  • Bij Zorg voor innoveren (Zvi), het samenwerkingsverband van Nza, ZIN, RVO, ZonMw en VWS, kunnen innovatoren aankloppen voor advies op maat. Bij Zvi is ook de mogelijkheid geopend om een implementatiecoach in te zetten met behulp van een voucherregeling. Inmiddels zijn er twee rondes geweest die hebben geleid tot meer dan 130 aanvragen. Verder is er al een ronde afgesloten waarbij vouchers aangevraagd konden worden om een digicoach intern op te leiden ter stimulans van digitale vaardigheden.
  • Het ZIN (Zorginstituut Nederland) gaat samen met het veld aan de slag met een generieke richtlijnmodule voor e-health. Die module dient als basis voor de herijking van alle richtlijnen vanuit het perspectief van digitale zorg, Daarnaast onderzoekt ZIN of een selectie van initiatieven verder kan worden gebracht in de vorm van een opschaalbare aanpak, waarvan het ZIN de implementatie ook landelijk wil stimuleren.
  • VWS heeft het initiatief genomen om met Zorgverzekeraars, ZIN en Nza te onderzoeken hoe ze het momentum van de coronacrisis kunnen gebruiken om elkaar en het zorgveld te versterken in het versneld opschalen en landelijk dekkend maken van bewezen effectieve, nieuwe vormen van zorg. Niet als tijdelijke crisisoplossing, maar als onderdeel van standaardzorg voor de toekomst. Zorgverzekeraars gaan zich hard maken om de bewezen technologische innovaties standaard onderdeel te maken van de zorg. De NZa en ZIN zijn bij deze versnellingsimpuls aangesloten om eventuele knelpunten snel te kunnen oppakken.
  • De zorgverzekeraars hebben een Taskforce Digitale zorg annex Kenniscentrum ingericht, waar toepassingen met een toetsingsmodel worden gescreend en beoordeeld (zie ook binnenkort het interview met Petra van Holst in ICT&health 6). Zij zetten zich met de zorgaanbieders in voor de inzet van digitale zorg door het delen van kennis, capaciteit en inzet van het juiste netwerk. Vanuit de zorginkoop kan zo een stroomlijnende werking uitgaan op de inzet van nieuwe toepassingen.
  • De Vliegwielcoalitie werkt als katalysator aan het opschalen van bewezen effectieve digitale zorginnovaties. Gezamenlijk worden knelpunten aangepakt en wordt implementatie ondersteund, onder meer door het organiseren van webinars over vragen en knelpunten en door het maken van toolkits die helpen bij de implementatie hiervan. De Vliegwielcoalitie heeft een belangrijke rol gespeeld bij het gegroeide aanbod van digitale keuzehulpen en telebegeleiding voor mensen met hartfalen en COPD: telebegeleiding en digitale keuzehulpen zijn onderdeel van het inkoopbeleid van de vier grote zorgverzekeraars; ongeveer de helft van de ziekenhuizen biedt telebegeleiding aan hartfalenpatiënten aan, zo blijkt uit een recente peiling van Harteraad. De Vliegwielcoalitie zal de komende jaren aan verdere opschaling van het aanbod van telebegeleiding voor niet alleen long- en hartpatiënten maar voor alle chronisch zieken werken. Daarbij komt een focus op het bieden van een ‘hybride’ praktijkvoering met zowel fysieke als digitale zorg.

Aandacht thematiek opschalen

In de nieuwe e-healthmonitor, die momenteel door RIVM wordt ontwikkeld, zal VWS ook specifiek aandacht schenken aan de thematiek van het opschalen, zodat zij eventuele belemmeringen daarin samen met veldpartijen kunnen aanpakken.