Zorgmedewerkers vrezen verlies baan door digitalisering, robotisering

za 18 november 2017 - 10:09
Phi-care-robot-2-hospital
Innovatie
Nieuws

Ruim de helft van de medewerkers uit jeugd-, gehandicapten-, ouderen-, thuis- en de geestelijke gezondheidszorg maakt zich zorgen over de toekomst van zijn of haar baan. 55 procent dat door de vergaande digitalisering en robotisering in hun sector banen gaan verdwijnen, zo blijkt uit een onderzoek van Ictivity.

Ook verwacht een ruime meerderheid van de respondenten (84%) dat het opdoen van voldoende ICT-kennis om mee te gaan met deze digitalisering een uitdaging wordt. 54 procent van de zorgmedewerkers denkt dat de eigen kennis te beperkt is om de werkzaamheden goed uit te voeren. Zelfs 35 procent van de zogeheten Y-generatie (die is opgegroeid met digitale innovaties zoals de smartphone en social media) dezelfde mening is toegedaan. Aan het onderzoek hebben ruim 500 medewerkers deelgenomen die werkzaam zijn binnen de Nederlandse verzorgingsinstellingen.

Meer tijd voor kwalitatieve zorg

Digitalisering in de zorg omvat alles van EPD’s tot en met slimme pillen. Robotica betreft vooral het automatiseren van manuele taken zoals bereiding van medicatie. Een recent voorbeeld van robotisering in de zorgsector is de uitbreiding van de proef van zorgverlener Philadelphia met sociale robot Phi, die zorgverleners moet ontlasten zodat zij meer tijd overhouden voor meer kwalitatieve zorg.

Veel zorgverleners zien dan ook de positieve kant van digitalisering. Zo denkt 47 procent dat dit de kwaliteit van de zorg ten goede komt. Daarnaast bespaart digitalisatie kosten (verwacht 44%) en kunnen medewerkers dankzij de inzet van technologie meer tijd besteden aan de zorg voor een cliënt (40%) – zoals bij de Phi-robot.
 

Hart klopt niet sneller van ICT

Volgens Bart van Bokhoven, Segment Manager Zorg bij Ictivity, is het begrijpelijk dat zorgverleners digitalisering en robotisering voelen als een bedreiging voor de toekomst van hun banen. “We hebben het hier over een groep hardwerkende mensen die een computer jarenlang niet hoefden te gebruiken. Tel daarbij op dat velen digitalisering simpelweg niet interessant vinden. Cliënten helpen is waar hun hart sneller van gaat kloppen, niet van ICT.”

Om de kopzorgen van de medewerkers zo veel mogelijk weg te nemen, is het volgens Van Bokhoven belangrijk dat het management van verzorgingsinstellingen hier zijn verantwoordelijkheid pakt. Neem vooral ook medewerkers mee in de ontwikkelingen, kies begrijpelijke, intuïtieve systemen en neem ruim de tijd om ze deze uit te leggen. Dan wordt de drempel lager en daarmee de angst voor het onbekende minder.”

ICT werkt lang niet altijd

Ictivity stelde afgelopen oktober nog op basis van hetzelfde onderzoek dat ICT lang niet altijd goed werkt. 43 procent van alle Nederlandse zorginstellingen en -aanbieders heeft ervaring met kritieke situaties die ontstaan door falende ICT-voorzieningen. Bij drie op de tien blijft het zelfs niet bij één keer, aldus de studie.

De respondenten stelden dat falende of haperende ICT-systemen vaak de basis vormden van problemen bij zaken zoals het toedienen van verkeerde medicatie of te laat ingrijpen bij noodgevallen.  In 37 procent van de gevallen was het niet-beschikbaar zijn van noodzakelijke ICT-systemen hier de belangrijkste oorzaak. Dat hoeft niet het ICT-systeem zelf te zijn (zoals een niet werkende EPD). Vaak worden ook haperende (draadloze) internetverbinding genoemd.

Zorgmedewerkers beoordelen ondanks alle kritiek de huidige IT-voorzieningen gemiddeld met een 6,9. De beoordeling lopen echter wel sterk uiteen. Zo waardeert 13 procent de technologische voorzieningen met 5 of minder en geeft 6 procent juist een cijfers tussen 9 en 10.