Conny Helder: zonder samenhang blijven we werken aan puntoplossingen

ma 30 januari 2023 - 11:48
CHelder-ICTH23
Samenwerking
Nieuws

“Vorig jaar heb ik ook op dit congres mogen spreken, toen was ik net een maand als minister actief. Toen, net als nu, was al duidelijk dat het echt anders moet in de zorg. Inmiddels zijn we drie akkoorden verder (IZA, WOZO en Arbeidsmarkttafel Jeugd, red.) en hebben we al stappen in de juiste richting gezet. Maar zonder de juiste samenhang hierin aan te brengen, blijven we bezig met puntoplossingen.”

Minister Conny Helder (Langdurige Zorg) liet aan duidelijkheid weinig te wensen over tijdens haar presentatie op het ICT&health-congres in het Circustheater: er zijn genoeg goed voorbeelden over het goed toepassen van sociale en technische innovaties, maar de bewindspersoon maakt zich ongerust over het tempo van de opschaling. Samen met haar collega’s Ernst Kuipers (minister VWS) en Maarten van Ooijen (staatssecretaris VWS) probeert Helder met bovengenoemde akkoorden als IZA en WOZO als basis de samenhang aan te brengen in dat tempo.

“We hebben een dubbele boodschap: we kunnen het anders aanpakken, maar we moeten het ook anders aanpakken. En vooral dat ‘moeten’ valt vaak verkeerd. Als je zegt dat het moet, voelt dat voor de burger, mantelzorger: er wordt me iets afgenomen, het wordt minder. Maar we hebben dat ‘moeten’ toch echt nodig.”

Urgentie breed gedragen

Die urgentie wordt gelukkig breed gedragen, ziet Helder. Bestuurders, beroepsorganisaties, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en -kantoren dragen samen de dubbele boodschap uit. “We moeten zorgvraag echt verminderen, want het past niet meer. En we kunnen het ook, mede middels innovatie en technologie. Dat kan door preventie, vroegopsporing en signalering, en door meer samen te doen (in de buurt, in de wijk, een boodschap die spreker Massi Mohammadi later vandaag ook zal benadrukken, red.).”

De samenwerking gaat al steeds beter, benadrukt Helder, wat de in 2022 gesloten akkoorden onderstrepen. Maar ook de samenhang moet beter op veel gebieden. De ruis moet uit de samenwerking: het moet over ketens heen, overzichtelijker. “We moeten over domeinen heen leren denken en doelen stellen. Als we willen dat mensen hun heup niet breken, moeten we dat ook in de thuissituatie aanpakken, niet alleen in het verpleeghuis.”

Samenhang stimuleren

Het afgelopen jaar heeft VWS geprobeerd die samenhang te stimuleren. Makkelijk is dat allerminst, merkt Helder. “Het lijkt beetje op de kubus van Rubrik. Er zijn zo veel deelprojecten. Gefocust op allerlei segmenten. Preventie, innovatie en technologie. We moeten – met zijn allen - alles aan de goede kant van de kubus krijgen. Een flinke opdracht.”

Helder ziet het congres als een mooi startpunt van het jaar. “Vorig jaar hebben we heel erg bedacht hoe we die samenhang erin kunnen krijgen. Dit jaar moeten we die samenhang echt met elkaar realiseren. Zeker als het gaat om innovatie, anders werken, technologie toepassen in de zorg.”

Momenteel gaat dat nog niet zo goed, ziet Helder. De zorgvraag blijft groeien en het aantal zorgprofessionals groeit niet mee, daalt soms zelfs. “Aan de oppervlakte zie je dat 73 procent van de bestuurders in de langdurige zorg bezig is met het inzetten van technologie. Maar als je dieper kijkt, zie je dat slechts 3 procent kijkt naar arbeidsbesparing door innovatie en technologie. Dat maakt me wel wat ongerust.”

Niet afhaken

Toch probeert de minister ook optimistisch te blijven. “Ik zag gisteren een uitzending over robot Sara. Zij neemt verpleegkundigen echt werk uit handen, zodat zij tijd overhouden voor hun patiënten. Hoe mooi als we over drie jaar kunnen zeggen dat technologie zoals Sara ervoor zorgt dat de verzorgdenden het werk aan kunnen, zodat werknemers in de zorg niet afhaken, het aan blijven kunnen.”

Kortom: de zorgvraag beter opvangen, meer samenwerking, vooral de samenhang bewaken en tempo maken. “VWS kan hier een regierol in nemen. Ik ga aankomende jaar in ieder geval verder met stimuleren van innovatie in langdurige zorg en in zijn algemeenheid. En: we moeten het ook veel meer vanuit jongeren benaderen. Wij kunnen het niet maken om alle zorgvraag straks op hun schouders terecht te laten komen.”