Zorg op maat bij hartaandoening via zelfbeoordeling patiënt

do 3 augustus 2023 - 09:06
Hartritme-Pijn
Nieuws

Boezemfibrilleren is geen levensbedreigende aandoening, maar het is wel belangrijk om chronisch boezemfibrilleren te behandelen om schade aan het hart te voorkomen. Cardioloog dr. Luc Theunissen van het Máxima MC heeft tijdens zijn promotieonderzoek binnen het Nederlands Hart Netwerk aan de TU Eindhoven een opvallende ontdekking gedaan. Het blijkt dat de eigen beoordeling door patiënten van hun kwaliteit van leven een goede voorspeller is van de ernst en het verloop van hun ziekte

Boezemfibrilleren is een hartaandoening die kan leiden tot bloedstolselvorming met een verhoogd risico op een beroerte tot gevolg. Bovendien is het zwaar voor het hart. Het kan de hartspier verzwakken en daardoor leiden tot hartfalen. De ontdekking van cardioloog dr. Luc Theunissen draagt bij aan de verbetering van de zorg voor de groep patiënten met boezemfibrilleren. “Dit is een belangrijke stap naar een persoonlijk zorgpad, op maat gemaakt voor iedere patiënt.”

Overigens wordt bij de zorgverlening steeds vaker een beroep gedaan op de inzet en de beoordeling van patiënten zelf. En er zijn daarvoor ook steeds meer elektronische gadgets beschikbaar waarmee patiënten zelf hun waardes kunnen meten.

Verbeteren zorgpad hartaandoening

Boezemfibrilleren, oftewel atriumfibrilleren, is een veelvoorkomende hartritmestoornis. Bij boezemfibrilleren klopt het hart met een onregelmatig ritme en te snel, vaak meer dan 150 slagen per minuut. Dat is bijna tweemaal zo snel als normaal. De ernst van de klachten varieert van lichte klachten tot zeer beperkend in het dagelijks leven. Het is zwaar voor het hart en het kan de hartspier verzwakken. Dat kan leiden tot hartfalen.

Boezemfibrilleren is een van de meest voorkomende hartritmestoornissen. Het komt voornamelijk voor bij oudere mensen boven de 55. Onderzoek toont aan dat bijna een op de vier mensen vanaf die leeftijd het risico lopen om ooit atriumfibrilleren te ontwikkelen. In Europa heeft ongeveer zes miljoen patiënten deze diagnose. Zowel voor de patiënten zelf als voor de samenleving is het van belang om de zorg voor deze patiënten te verbeteren.

Onderzoek naar betere zorg

Dr. Luc Theunissen heeft in samenwerking met de huisartsen en cardiologen in de regio Zuidoost-Brabant verschillende studies uitgevoerd die bijdragen aan betere zorg voor deze grote groep patiënten. Via een vragenlijst gaven patiënten aan in hoeverre hun boezemfibrilleren hun dagelijks leven verstoort. Een jaar lang werd het verloop van hun ziekte en hun behandeling in kaart gebracht.

De cardioloog onderzocht de relatie tussen de zelf gerapporteerde kwaliteit van leven en ernstige incidenten als gevolg van boezemfibrilleren. Hierbij moet je denken aan een hartaanval, herseninfarct, hartfalen of zelfs overlijden, de algemene gezondheidstoestand, de EHRA-score (die geeft een inschatting van de ernst van de symptomen) en ziekenhuisopnames.

Zorgtraject op maat

Mensen die zichzelf een lage score geven op hun kwaliteit van leven hebben volgens Luc Theunissen meer kans dat ze in de eerste 12 maanden na diagnose in het ziekenhuis worden opgenomen. “Nu we weten dat het ook voorspellende waarde heeft, kunnen we veel eerder in het zorgtraject een behandeling op maat aanbieden. Patiënten die een slechte kwaliteit ervaren, kunnen we meteen intensief begeleiden en mensen met een goede kwaliteit van leven hebben minder zorg nodig.”, zegt Luc Theunissen.

Vervolgonderzoek Op vrijdag 30 juni promoveerde Theunissen promoveerde aan de TU Eindhoven. Hij ziet nog volop mogelijkheden voor aanvullend onderzoek: “Het effect is het meest uitgesproken bij patiënten boven de 65 en onder de 75 jaar. Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op het verder definiëren van kenmerken van deze leeftijdsgroepen om de behandeling per leeftijdscategorie nog meer op maat te maken. Ook kunstmatige intelligentie waarin deze graadmeter wordt meegenomen, kan professionals helpen beslissingen te nemen over de meest geschikte behandeling en voorkomen dat we behandelingen bieden die weinig effect zullen hebben. Dit zal leiden tot meer patiënt specifieke zorgpaden.”