87 procent medewerkers thuiszorg heeft mobiel device

di 5 maart 2019 - 14:26
Nieuws

Een smartphone of tablet van de werkgever is inmiddels de gewoonste zaak van de wereld. 87 procent van de zorgverleners in de sector heeft zo’n mobiel device, zo blijkt uit onderzoek van Zorg voor Beter waarin 1.800 zorgverleners in de langdurige zorg ondervraagd werden. Zij scoren duidelijk bovengemiddeld vergeleken met andere zorgsectoren. Deze score heeft ook te maken met het soort werk – vooral buiten de instelling, zo stelt kennisinstituut Vilans.

Zorgmedewerkers die een vaste werkplek hebben, beschikken veel minder over een mobiel device van de werkgever. Zo heeft 59 procent van de zorgverleners in het verpleeghuis of woonzorgcentrum geen smartphone of tablet van het werk. Bij kleinschalig wonen is dit zelfs 72 procent van de zorgverleners, aldus een artikel op de website van Vilans.

Groei gebruik smartphone, tablet

Overigens neemt het aantal zorgmedewerkers met een telefoon van het werk wel toe, stelt Vilans. In 2015 had 29 procent een smartphone van de werkgever, terwijl 21 procent over een tablet van het werk beschikte. Dat is inmiddels 42 procent voor een smartphone en 34 procent voor een tablet. In ICT&health 1, 2019 is onlangs een artikel verschenen over de negatieve impact van het gebrek aan zorgsmartphones bij zorgaanbieders zoals ziekenhuizen. Dit kan leiden tot gebrekkige, onvolledige overdracht van informatie, met onder meer gevolgen voor de patiëntveiligheid.

Van de zorgverleners die via hun werk-smartphone of -tablet online actief zijn, gebruikt 92 procent deze toegang bij het bezoek aan een cliënt. Thuiszorgmedewerkers gebruiken hun devices vooral voor het opzoeken van informatie (89%), administratie (71%), het invullen van het ECD (69%) en voorlichting van de cliënt (58%).

Digitale vaardigheden

Sanne van der Weegen, onderzoeker en expert eHealth bij Vilans, vindt het positief dat steeds meer thuiszorgmedewerkers over een werksmartphone of – tablet beschikken, bijvoorbeeld om op locatie gegevens in te zien of in te voeren. Van der Weegen benadrukt wel het belang van het goed leren omgaan met digitale devices, ofwel de benodigde digitale vaardigheden.

“Bij deze nieuwe digitale hulpmiddelen is het ook belangrijk om te kijken hóe ze gebruikt worden. Gebeurt dit op een manier die zorgverleners écht ondersteunt in hun werk? Een smartphone of tablet moet niet iets zijn dat er alleen maar als iets extra’s bijkomt, vaak moet je ook anders gaan werken.”

Knelpunten

Ook zijn er nog knelpunten die de voordelen van een werkdevice beperken, zoals:

  • Bij zorginstellingen waar het netwerk te traag is, gaan zorgverleners toch nog notities opschrijven om die later weer in te voeren.
  • Ook hebben zorgmedewerkers soms meer telefoons: een werktelefoon én een alarmeringstelefoon die voor de dienst speciaal opgehaald moet worden. In deze gevallen zorgt het eigenlijk voor méér werk.

Van der Weegen vindt daarom dat zorgorganisaties bij nieuwe digitale hulpmiddelen ook het werkproces moeten aanpassen. Zo voorkom je dat zorgmedewerkers niet extra werk krijgen, stelt zij.