Hoe ‘namedropping’ zorgt dat turbulentie in de zorg goed uitpakt

do 22 november 2018 - 08:00
namedropping_edited
Innovatie
Blog

In de turbulentie van de nieuwsberichten rondom de failliete ziekenhuizen probeer ik het kaf van het koren te scheiden. De oplossing om de zorg in goede banen te leiden, is in theorie simpel, maar kost tijd en is gebaseerd op aandacht en vooral een blik op de toekomst. Geen gezeik over wat de ander beter of anders had moeten doen. Dat brengt ons geen steek verder. Tenzij je in de oppositie zit en decisionmakers en toezichthouders een tik over de vingers moet geven om de kwaliteit van zorg scherp te houden. Dat is ons democratische systeem, dat is goed.

Maar buiten de politieke linies doet het me inmiddels denken aan een veeg over een mierenhoop. De paniek in de media en in de praktijk lijkt nog steeds niet voorbij. Men is niet gerust. De faillissementen waren klaarblijkelijk onvermijdelijk, maar overziet u het nog? Ik blijf erbij dat stoppen met finger pointing en samenwerken met alle partijen de oplossing is om met hulp van technologie en IT-oplossingen de zorg weer op de rit te krijgen. Hoe moeilijk dat soms ook is om het zorgsysteem toch zijn werk te blijven laten doen. BNR Nieuwsradio besprak een tijdje geleden dat het Politiek Den Haag ontbrak aan korte(re) lijnen met de bedrijvensector. Dat zou meer hand in hand moeten gaan. Bedrijven noemen en ‘neutraal’ contact hebben, blijft een dingetje. Ook voor de journalistiek. Ik vind dat een gemiste kans voor de groei van onze sector als je commerciële partijen vooral moet laten betalen om genoemd te worden. Als journalist ben ik bewust bij BNR gaan werken, omdat ze daar inzien en durven uitdragen dat innovatieve bedrijven onze maatschappij vooruit duwen. Ik draag met liefde een bijdrage aan ICT&health omdat zij above all iedere stakeholder in de zorg verbinden en dus ook niet moeilijk doen om relevante bedrijven een inhoudelijk podium te geven. Die verbinding is zó belangrijk. Namen van bedrijven worden in veel media bewust of onbewust vermeden. Dat brengt mij terug bij mijn punt. Want veel van die bedrijven zagen onze huidige problemen aankomen en hebben oplossingen. Hoe kunnen we dat tij nu keren? Dat begint in de eerste plaats door het noemen van bedrijven niet te schuwen. Ik noem het namedropping. De bedenkers die hun nek in de eerste instantie hebben uitgestoken omdat ze in een idee geloofden. Zij maakten omwille van betere zorg een sprong in het diepe. Veel van deze bedrijven gaan als een speer, timmeren aan de weg, maar worden – omdat als zij te druk met de zaak zijn en weinig tijd hebben voor social mediakanalen zoals LinkedIn- niet of zelden genoemd in de media. ‘Maar er zijn ook zóveel startups met legio aan innovaties, apps, technologieën. Da’s lekker gratis reclame voor al die bedrijven’, hoor ik u denken. Dat klopt, maar slechts voor een deel, maar dat is juist de reden om de succesverhalen van bedrijven uit te lichten. Het zijn er zoveel; maar niet iedereen heeft een succesverhaal. Een goed voorbeeld van een bedrijf dat nog te vaak ongenoemd blijft is Sananet, een e-health-bedrijf uit Sittard. Zij zijn behoorlijke succesvol met een idee, dat naadloos aansluit op de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord; zorg op de juiste plek. Door middel van slimme algoritmes kan een digitale applicatie, de eCoach, signaleren dat het niet goed gaat met een patiënt en krijgt de behandelaar een melding. De patiënt wordt via een digitale weg geadviseerd om contact op te nemen met de verpleegkundige of de arts. En dit is nog maar in een notendop wat zij voor de zorg doen. Dit bedrijf werkt in zorgnetwerken om dit idee binnen de Nederlandse ziekenhuizen op de kaart te kunnen zetten. Werk dat laat zien dat zorg niet alleen ‘terugstroomt’ naar de huisarts, maar ook deels bij de (chronische) patiënt kan blijven, de ‘nulde lijn’. De toekomst lieve mensen. En ze groeien snel. Inmiddels werken er meer dan 20 ziekenhuizen met hulp van deze e-coach. De Libelle besteedde er onlangs aandacht aan, maar geen woord over Sananet, althans niet letterlijk bij naam. Zelfs het Financiële Dagblad, die het noemen van bedrijven meestal niet schuwt, repte niet over de inspanningen van Sananet in een mooi interview met een arts uit het OLVG. Ik denk dat dit soort bedrijven bij uitstek genoemd moeten worden. Niet alleen omdat iedereen er in de keten toedoet. Maar ook omdat er hier ooit een aantal mensen een briljant vooruitstrevend idee in de praktijk hebben gebracht en dit inmiddels bij de een na het andere ziekenhuis weten op te schalen. Dat is toch fantastisch. Mijn handen jeuken om ál die succesvolle bedrijven uit te pluizen, naar ze te luisteren en verhalen te maken. Verhalen die vanuit een helicopterview laten zien waar de patiëntenzorg bij gebaat is. Dat schept verbinding en zorgt in een tijd van stevige turbulentie voor vooruitgang, die glimlach op je gezicht. Een gedachte: ‘Wat goed!’. En dan voorspel ík; geld volgt zorg.