Zorgprestatiemodel biedt ggz kansen om de zorg te verbeteren

do 16 februari 2023
Zorgprestatiemodel biedt ggz kansen om de zorg te verbeteren
Digitalisering
Premium

Het doel van het in 2022 ingevoerde Zorgprestatiemodel (ZPM) was om de bekostiging van ggz- en forensische zorg eenvoudiger te maken – óók de digitale variant. Maar in de praktijk bleek de inzet van digitale zorg juist fors te dalen. E-health-ontwikkelaar Minddistrict ontdekte dat de oorzaak hiervan een combinatie is van onduidelijke bewoordingen en tijdsgebrek bij ggz-organisaties. Inmiddels heeft Minddistrict een online tool ontwikkeld die de kansen van het ZPM toont om digitale zorg ten gunste van zorgaanbieders, zorgprofessionals én cliënten in te zetten.

Het Zorgprestatiemodel (ZPM) is sinds 2022 de basis voor bekostiging van geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg. Per 1 januari 2022 zijn de prestaties voor basis-ggz, diagnose-behandelcombinaties en diagnose-behandel-beveiliging-combinaties (DB(B)C’s) en zorgzwaartepakketten (ZZP’s) vervangen door zorgprestaties. 

Het ZPM moet eenvoudige regels en duidelijke nota’s bieden, met eerlijke vergoedingen voor gepaste zorg en met zo min mogelijk administratie. Zorgaanbieders moeten sindsdien op een andere manier declareren en zorgverzekeraars moeten met de nieuwe ZPM-prestaties werken bij het inkopen van zorg en het uitbetalen van zorgnota’s.

“Wat we zagen was dat sinds de invoering van het ZPM het gebruik van Minddistrict opeens daalde en dat potentieel nieuwe gebruikers hun plannen ‘on hold’ zetten”, vertelt Jolien Thunnissen, business developer bij Minddistrict. “Een veelgehoorde reden was: ‘we hebben er geen geld meer voor’. Maar het leek ons vreemd dat een nieuwe betaalstructuur ervoor zou zorgen dat ggz-aanbieders hun zorgaanbod niet meer konden vernieuwen met online diensten.”

ZPM: ook voor online
De overheid stimuleert hybride of blended zorg: zo stelt minister Conny Helder van langdurige zorg dat digitale zorg voorop moet staan waar mogelijk en zinvol. De traditionele DBC-structuur limiteerde volgens Thunnissen en Ploeger echter innovatie, bijvoorbeeld omdat digitale consulten als onderdeel van blended ggz er niet goed inpasten. Het ZPM kán daar verandering in brengen, maar dat ging in eerste instantie niet vanzelf. Het ZPM legt de focus namelijk op direct toerekenbare tijd, bijvoorbeeld voor een consult. Administratietijd wordt niet meer apart vergoed. 

Het zorgprestatiemodel biedt ggz-aanbieders kansen om hun zorgaanbod te verbeteren

Minddistrict-CEO Jeanette Ploeger gelooft niet dat ZPM digitale zorg beperkt, maar rekent de voorzichtige houding toe aan onzekerheid. “Een nieuw vergoedingenstelsel heeft veel impact op kernprocessen, zoals factureren. Organisaties namen daarom het zekere voor het onzekere: als je je cliënten zoveel mogelijk face to face ziet, krijg je daarvoor in ieder geval een vergoeding. Maar dat is een directe stimulans voor ‘doen wat je altijd deed’ en beperkt de plannen om anders, meer online te werken.”   

Natuurlijk wil Minddistrict niet dat ggz-processen zo worden ingericht dat ze het meest gunstig zijn voor de declaraties, benadrukt Ploeger. Het moet gaan om de voor de cliënt meest gunstige zorg. “En met digitale zorg is het – weten we uit ruim een decennium ervaring – altijd mogelijk om de ggz te verbeteren. Het ZPM biedt hier dus wel degelijk mogelijkheden voor. Daarom hebben we bekeken hoe ggz-aanbieders op basis van de betaalstructuur van het ZPM hun zorg het beste op een blended manier kunnen inrichten.”

Sturen op digitalisering
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) uit september 2022 benadrukt volgens Ploeger ook digitalisering: zorg zo dicht mogelijk bij de cliënt, digitaal waar het kan. “Dat biedt extra mogelijkheden om zorg in de ggz optimaal in te richten, gecombineerd met het ZPM. Je kunt sturen op meer aandacht en eigen regie voor cliënten, op minder werkdruk en biedt zorgprofessionals de mogelijkheid om cliënten beter te helpen. Organisaties kunnen op basis van de IZA-afspraken hun inkomsten minimaal gelijk houden of zelfs vergroten."

Voorlopig moeten organisaties echter vooral wennen aan de veranderingen die het ZPM met zich meebrengt. Zo moet alle gedeclareerde zorg direct aan de cliënt bestede tijd zijn en korte contacten leveren een hogere vergoeding op dan lang contact. “Digitale zorg is dan juist beter geschikt”, vervolgt Ploeger. Het ZPM (en ook IZA) geven volgens haar stof tot nadenken over het inrichten van zorg. “Niet altijd zijn 20 gesprekken van een uur verdeeld over 20 weken de beste aanpak voor cliënten. Je kunt de beschikbare tijd anders benutten: meer korte contactmomenten aanbieden, meer handvatten op maat, etc. Digitale zorg is hier bij uitstek geschikt voor. Je zet tijd dan effectiever in, cliënten kunnen meer zelf doen en worden uiteindelijk beter begeleid. En een positief gevolg is dat tijd die zo besteed wordt, gunstig wordt vergoed. Daar moeten dan wel processen voor veranderd worden, maar dat was ook voor het ZPM al het geval.”

Online tool
Minddistrict heeft naar aanleiding van de beroering die het ZPM heeft veroorzaakt, een online tool ontwikkeld (zie kader). Zorgaanbieders kunnen met deze tool bepalen hoe hun bestaande processen beter in te richten zijn. “We merkten dat organisaties hun oude manier van werken behielden en hun financiële structuren daarop aanpasten”, vertelt Thunnissen. ”Wij hebben juist gekeken naar hoe het nieuwe betaalsysteem werkt en hoe je op basis hiervan je zorgprocessen kunt aanpakken. Het uitgangspunt blijft: wat is het beste voor de cliënt? De tool is overigens breder inzetbaar. Ook voor zorgaanbieders die niet met het ZPM werken, is het goed om naar het zorgaanbod te blijven kijken. Je kunt dan met de tool de effecten op werkdruk en wachtlijsten meten.”

Concreet brengt de tool vier verbeteropties voor betere inzet van tijd per client in kaart:

  • Verkorten van wachtlijsten.
  • Verminderen van werkdruk.
  • Vergoeding per clienttraject.
  • Gelijkblijvende of hogere inkomsten van de organisatie. 

Het integreren van een digitaal platform als onderdeel van blended zorg is wel nodig om alle vier de punten optimaal te verbeteren, stelt Ploeger. “Kortere consulten kun je ook telefonisch doen, maar wanneer je dit korte contact gebruikt voor feedback op een digitale interventie die de cliënt in eigen tijd heeft gebruikt, voegt het contact inhoudelijk meer waarde toe. Je kunt vergaarde gegevens beter inzetten om inzichten te krijgen waarmee je de behandeling kunt verbeteren. En de cliënt heeft veel meer regie.”

De business developers van Minddistrict kunnen bij nieuwe gebruikers met de tool concreet aantonen hoe processen door de inzet van e-health veranderen, in combinatie met financiering op basis van het ZPM, aldus Ploeger. “Zo wordt duidelijk dat de nieuwe betaalstructuur juist kansen biedt om de zorg te verbeteren, door de direct aan cliënten bestede tijd beter in te zetten, onder meer met gebruik van online platforms zoals van Minddistrict.”

Bij nieuwe klanten zet Minddistrict de online tool inmiddels standaard in. Bij organisaties die al met Minddistrict zijn gaan werken kan dat ook, maar dat vergt wel een nieuwe aanpassing van hun processen. Hiervoor is eerst draagvlak voor nodig binnen de organisatie, stelt Ploeger. Ze benadrukt dat Minddistrict een dergelijke vernieuwing van processen niet alleen wil of kan realiseren. 

“Wij leveren als software-aanbieder een onderdeel van blended zorg. Maar als het gaat om het helpen van organisaties met het herinrichten van zorgpaden en processen, dan is daarvoor ook andere kennis nodig. Daarvoor willen we samenwerken met partners zoals tBureau, die deze expertise in huis hebben. Onze tool toont effecten aan, het vertalen daarvan naar daadwerkelijk anders werken, is een heel implementatietraject. Zo’n traject kun je wellicht deels financieren met de meerinkomsten uit blended zorgpaden, maar de daadwerkelijke uitrol vergt meer dan alleen een online platform ‘even’ inzetten’.”

Verbetering ggz-zorg: een voorbeeld
In een traditioneel behandelplan krijgt een client twintig uur aandacht, verspreid over twintig sessies in twintig weken. Een fulltime zorgprofessional heeft dan gemiddeld 27 cliënten in zijn of haar case load en ziet er zes op een dag, gedurende een uur per dag. 

Thunnissen: “Met onze tool willen we zorgaanbieders erover laten nadenken of deze behandeling voor elke cliënt de beste optie is. Sommige behandelingen werken veel beter wanneer je meerdere kortere contacten per week hebt, in een kortere periode dan twintig weken. Een sessie van drie kwartier per week bijvoorbeeld, gecombineerd met online oefeningen en een telefonische check-up om de voortgang te bespreken.”

Dat heeft ook effect op de caseload van de zorgprofessional, die in dit voorbeeld meer aandacht per week geeft aan een client en dus minder cliënten tegelijkertijd kan helpen. Dit kan de werkdruk verminderen. Deze behandeling is intensiever en duurt dus minder lang. hierdoor blijft de totale caseload gelijk. En omdat een zorgprofessional intensiever met een cliënt bezig is, is die cliënt ook actiever met diens behandeling bezig. “Dan heb je als client misschien geen twintig uur nodig, maar misschien achttien. Zo kan een zorginstelling uiteindelijk meer cliënten behandelen met dezelfde hoeveelheid professionals.” De totale vergoedingen voor de organisatie gaan omhoog omdat er meer mensen geholpen kunnen worden, maar de zorgkosten per cliënt gaan omlaag omdat ze minder uur begeleiding nodig hebben.