Digitale zorg kan helpen bij herstel, mits goed afgestemd op de behoeften en wensen van de cliënt. Dit belang van maatwerk blijkt uit onderzoek door MIND en het programma Vliegwiel van Patiëntenfederatie Nederland naar digitale ervaringen en voorkeuren van mensen met psychische klachten. Volgens het onderzoek waarderen ggz-cliënten digitale zorg vooral als aanvulling op de behandeling. Online vragenlijsten worden het vaakst gebruikt, VR nog nauwelijks (bijvoorbeeld bij EMDR-therapie). Wel wordt VR het hoogst gewaardeerd.
Jaarlijks gebruiken 3,3 miljoen mensen in Nederland geestelijke gezondheidszorg. De vraag naar zorg neemt toe en digitale mogelijkheden breiden zich uit. De overheid en zorgorganisaties zien deze ontwikkelingen als mogelijke oplossing voor groeiende wachtlijsten, oplopende kosten en personeelstekorten.
Om te bepalen hoe deze ontwikkelingen aansluiten bij de wens van cliënten zelf, begonnen MIND en het programma Vliegwiel van Patiëntenfederatie Nederland in november 2024 een onderzoek naar het cliëntperspectief op digitale zorg in de ggz. Aan de hand van een vragenlijst werd het gebruik van, de ervaring met en de mening over zes digitale toepassingen onderzocht: chatgesprekken, beeldbellen, online vragenlijsten, online zelfhulpmodules, apps en virtual reality (VR).
Gebruik versus tevredenheid
De ruim 800 deelnemers gebruiken of gebruikten het vaakst online vragenlijsten (85%), gevolgd door beeldbellen (58%), online zelfhulpmodules (41%), apps (37%) en chatgesprekken (30%). VR wordt nog weinig gebruikt (2%). De mate van het gebruik van de digitale toepassingen blijkt niet samen te hangen met de mate van tevredenheid. De deelnemers bleken namelijk het meest positief te zijn over VR (70%), chatgesprekken (62%), apps (52%) en online vragenlijsten (49%). Het meest negatief zijn gebruikers over beeldbellen (24%) en online zelfhulp (23%).
Voor elke toepassing is er een groep die graag gebruik wil maken van digitale zorg. Zij zien voordelen en hebben het idee dat het een waardevolle toevoeging zou kunnen zijn (geweest) aan hun (eerdere) behandeling. Veel genoemd zijn de afwezigheid van reistijd en -kosten en het feit dat digitale toepassingen zoals chatgesprekken, online zelfhulpmodules en apps altijd beschikbaar zijn. Dit maakt dat informatie en handvatten kunnen worden op- en teruggezocht en ondersteuning kan worden gevonden op de momenten dat het nodig is, ook ’s avonds of in het weekend.
De meningen zijn verdeeld over of het prettig is of juist een nadeel om vanuit de eigen, veilige omgeving te kunnen werken aan herstel. Tot slot kunnen online vragenlijsten, online zelfhulpmodules en apps helpen in het monitoren van klachten en het krijgen van inzicht in patronen.
Ervaringen met digitale zorg
De ervaring met digitale zorg is afhankelijk van de digitale vaardigheden van de behandelaar, de mate waarin men overtuigd is van de effectiviteit van de digitale toepassing, het juist implementeren van de digitale toepassing en de mate waarin het gebruik ervan door de behandelaar wordt geïntegreerd in de behandeling, het veilig verwerken van persoonsgegevens en de kwaliteit en het technisch functioneren van de toepassing.

VR wordt in de ggz nog nauwelijks gebruikt, maar wel hoog gewaardeerd.
Het hebben van voldoende digitale vaardigheden en toegang tot de juiste software en hardware vormen dan ook belangrijke voorwaarden voor het gebruik van digitale zorg. Veel mensen geven aan dat het voor hen helpend is of zelfs een voorwaarde om de behandelaar voorafgaand aan het digitale contact eerst persoonlijk te ontmoeten.
Voorkeur voor fysiek contact
Tegelijkertijd is er een aanzienlijke groep die digitale zorg niet prettig vindt en een (sterke) voorkeur heeft voor fysiek contact met de behandelaar. Zij vinden digitale zorg onpersoonlijk en/of geven aan de fysieke verbinding met de behandelaar nodig te hebben om een vertrouwensband op te kunnen bouwen en zich voldoende open te kunnen stellen.
Het ontbreken van non-verbale communicatie maakt het hen makkelijker om moeilijke onderwerpen uit de weg te gaan en je beter voor te doen dan hoe het in werkelijkheid met je gaat. De groep deelnemers die zegt open te staan voor het gebruik van digitale zorg geeft dan ook aan het te zien als een waardevolle aanvulling op in plaats van een vervanging van reguliere, fysieke zorg.
Hybride benadering
MIND en het programma Vliegwiel van Patiëntenfederatie Nederland adviseren in het licht van de onderzoeksuitkomsten een hybride benadering: digitale zorg als mogelijke aanvulling op behandeling in de ggz, niet vervanging. Hierbij is het belangrijk dat de behandelaar en cliënt gezamenlijk een goede afweging maken of en in welke mate digitale zorg gaat worden ingezet.
Een gelijkwaardig fysiek alternatief moet altijd kunnen worden aangeboden. Wanneer cliënten digitale zorg gaan gebruiken is het belangrijk dat er voldoende informatie en ondersteuning wordt geboden, dat de behandelaar over voldoende digitale vaardigheden beschikt en dat het gebruik van de digitale toepassing goed wordt geïntegreerd in de algehele behandeling.
Het volledige rapport ‘Digitale zorg in de ggz vanuit cliëntperspectief’ biedt een diepgaand inzicht in de wensen en ervaringen van cliënten en is beschikbaar. Hiermee hopen de organisaties bij te dragen aan een toekomst waarin digitale zorg optimaal wordt ingezet ter ondersteuning van herstel en welzijn in de ggz.
Over digitale zorg in de ggz
Het aanbod van digitale toepassingen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Voorbeelden zijn het EPD/ECD, gezondheidsapps, digitale platforms zoals Minddistrict en Therapieland, videoconsulten, zorgrobotica en meer recent de opkomst van generative AI-toepassingen voor bijvoorbeeld spraakgestuurd rapporteren. Ook in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) groeit het aanbod snel.
De COVID-19 pandemie en daarmee gepaard gaande lockdowns gaven (noodgedwongen) een grote impuls aan het gebruik van digitale toepassingen. Zo konden behandelaren op afstand toch zorg bieden. In 2020 onderzocht MIND de gevolgen van de COVID-19 en de bijbehorende maatregelen voor cliënten in de ggz en hun naasten1, waaronder ook de ervaringen met de veelal digitale zorg die zij aangeboden kregen. Cliënten bleken toen veel moeite te hebben met deze omschakeling en beoordeelden de digitale alternatieven veelal als minder geschikt en onvoldoende helpend.
Plek gevonden in de ggz
Inmiddels hebben digitale zorgtoepassingen steeds meer een plek gekregen in de Nederlandse ggz, hoewel deze plek volgens een studie van onderzoek van Altrecht, GGz Centraal en het UMC Utrecht nog allerminst normaal is (lees hiervoor het artikel in ICT&health 1, 2025). Zo zakte het aantal digitale consulten na de coronapandemie weer in.
Toch krijgen cliënten en naasten er in hun behandeling steeds vaker mee te maken, stellen MIND en de Patiëntenfederatie. Vanuit de overheid en zorgorganisaties wordt er hoopvol naar deze ontwikkelingen gekeken. De ggz staat namelijk onder druk: er zijn lange wachtlijsten, de kosten lopen op en er bestaat een tekort aan zorgverleners. Digitale zorg lijkt deze druk wat te kunnen verlagen. Momenteel wordt de ontwikkeling en implementatie van digitale zorg dan ook steeds sterker aangejaagd, onder andere vanuit Digizo.nu en het programma Vliegwiel van de Patiëntenfederatie Nederland.