Passende woonzorg vermindert druk op verpleeghuizen

24 mei 2024
Passende Zorg
Nieuws

Er moet duidelijker onderscheid worden gemaakt tussen ouderen die dringend verpleeghuiszorg nodig hebben en ouderen die het (nog) aankunnen met beschutte woonvorm of zorg aan huis. Dat schrijft het Zorginstituut Nederland (ZIN) in het advies ‘Verduidelijken toegang tot integrale verpleeghuiszorg voor mensen met een VV-indicatie’. Nu is het zo dat ouderen met een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) een plaats krijgen waarbij niet wordt gekeken naar de urgentie.

Om verpleeghuizen toegankelijk te houden, moeten beter afwegingen worden gemaakt welke vorm van zorg het meest passend is voor de betreffende oudere(n). Vorig jaar wachtten bijvoorbeeld meer dan 22.000 mensen op een plaats in een verpleeghuis. Daarom heeft de minister van VWS aan het ZIN gevraagd om te onderzoeken of het mogelijk is om te bepalen welke mensen in aanmerking komen voor een plek in een verpleeghuis. “Met ons advies aan de minister hopen we een bijdrage te leveren aan een rechtvaardige verdeling van schaarse zorg voor kwetsbare ouderen, geleverd via de Wet langdurige zorg”, aldus Karin Timm, bestuurder van het Zorginstituut.

Goede verdeling

Lang niet iedere oudere met een Wlz-indicatie voor verplegingen verzorging heeft zorg nodig in het verpleeghuis. Daardoor moeten de meest kwetsbare mensen die die zorg juist wel hard nodig hebben langer wachten op een plaats. ZIN vindt het daarom belangrijk dat er onderscheid wordt aangebracht. Dat heeft tot gevolg dat er volgens het ZIN onder meer moet worden geïnvesteerd in extra ondersteuningsmogelijkheden voor thuiswonende ouderen, zoals dagbesteding. Dat geldt ook voor het investeren in alternatieve woonvormen, zoals beschut wonen met zorg en ondersteuning. Ook moet de regelgeving hierop worden aangepast.

Formeel afwegingskader

Mensen die nu in aanmerking komen voor verpleging en verzorging uit de Wlz ontvangen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een zogeheten indicatie zorgprofiel. Hierin staat hun zorgbehoefte beschreven. In de ouderenzorg worden zorgprofielen verpleging en verzorging (VV) 4 tot en met 9 gehanteerd. Momenteel hebben alle mensen met een VV-indicatie recht op verblijf. Volgens ZIN is dat lang niet voor iedereen ook de best passende zorg en woonplek. Welke plek dat dan wel moet zijn, is onder meer afhankelijk voor de zorgbehoefte van de oudere maar ook van de sociale situatie en het netwerk van de oudere. Om dat formeel te kunnen afwegen, moeten afspraken worden gemaakt en duidelijke kaders worden beschreven.

Randvoorwaarden

Om een duidelijk onderscheid te kunnen maken, komt ZIN met randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan. Zo moet er een formeel afwegingskader komen waarmee voor iedereen op eenzelfde manier kan worden vastgesteld wat de beste woon- en zorgvorm is. Ook moet de Wlz worden gewijzigd omdat momenteel iedereen met een VV-indicatie ook recht heeft op verblijf. Daarnaast moet worden geïnvesteerd in alternatieve opvang en woonvormen voor ouderen als zij niet in aanmerking komen voor het verpleeghuis.