Onderzoek naar thuismonitoring bij COPD om huisartsen te ontlasten

3 mei 2024
Onderzoek
Nieuws

Het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Nieuwegein gaat onderzoeken of het ook COPD-patiënten van huisartsen kan monitoren. En wat deze lijnoverstijgende zorg doet voor de beleving van patiënten en voor de werkdruk van huisartsen. Begin dit jaar startte het ziekenhuis daartoe een onderzoek, in samenwerking met het UMC Utrecht en Julius Centrum, naar thuismonitoring van COPD-patiënten in de eerste lijn. Hieraan zullen zo’n 100 patiënten van 10 tot 15 huisartsenpraktijken meedoen.

“Het Sint Antonius Ziekenhuis maakt al bijna twee jaar gebruik van thuismonitoring voor ‘eigen’ COPD-patiënten”, vertelt longarts Hans Hardeman. “We hebben in deze periode al mooie stappen gezet als het gaat om betere begeleiding via de app, het verbeteren van zorgprocessen en concrete afspraken over polibezoeken.” Normaal komen patiënten twee tot drie keer per jaar op de poli. Het ziekenhuis streeft er nu naar om patiënten één keer per jaar bij de verpleegkundig specialist te laten komen en eenmaal per twaalf tot achttien maanden bij de longarts. En tussendoor alleen als het niet goed gaat. “Onze ambitie is dat 50% van de ziekenhuispatiënten met COPD meedoet met thuismonitoring.”

Monitoring met app

De thuismonitoring houdt in dat COPD-patiënten een app invullen. In eerste instantie wekelijks en later wekelijks of maandelijks. Na een opname of bij meer klachten kan worden gevraagd om de app dagelijks in te vullen. Als er een alarm afgaat omdat er meer klachten zijn, bellen de verpleegkundigen van de thuismonitoring met de patiënt. Hardeman: “Vaak kan de patiënt geholpen worden met coaching of een extra aanpassing volgens het longaanval-actieplan dat ze al hebben. Na twee of drie dagen volgt er nog een checkmoment, via de app, de telefoon of live. Als het dan goed gaat, gaan ze weer terug naar de normale manier van thuismonitoring."

Lagere zorgconsumptie

Het St. Antonius heeft zelf nog geen cijfers over de resultaten van de thuismonitoring, maar het OLVG in Amsterdam voerde deze vorm van zorg al eerder in, in de vorm van de COPD Coach. Daar werden 30-50% minder SEH-opnames, polikliniekbezoeken en opnames gezien. De verwachting is bovendien dat de ziektelast voor de patiënt daalt dankzij betere coaching, meer eigen regie en snellere interventie bij longaanvallen.

Volgens Hardeman zijn de patiënten in elk geval blij met de thuismonitoring. Zij voelen zich er zeker door en krijgen veel meer informatie over hun ziekte. Er werd echter ook een belangrijke ontdekking gedaan: de COPD blijkt vaak minder stabiel dan gedacht. “Patiënten van wie we dachten dat het best goed ging, blijken heel hoog in hun klachtenscore te zitten op de app. Zo hoog dat je zegt: ‘Dit is een niet-gecontroleerde COPD’. Je ziet dat mensen deze klachten blijkbaar accepteren, omdat die langzaam zijn verergerd. Het is dus al winst als je voor deze patiënten iets kunt betekenen.”

Onderzoek COPD@home

Als COPD-patiënten stabiel zijn, gaan ze normaliter terug naar de huisarts. Momenteel kan dit niet met thuismonitoring, omdat in deze regio de eerste lijn nog niet aangehaakt. Met het nieuwe onderzoek komt daar nu verandering in. Hardeman: “In het onderzoek COPD@home bekijken we of we die centrale monitoring ook voor huisartsen kunnen doen. Het idee is dat huisartsen hun patiënten includeren volgens ons protocol. Dat kan, want het protocol voor huisartsen is niet anders dan dat van ons: patiënten krijgen een startfase met extra informatie, een aantal lessen over hun ziekte en advies over het innemen van medicatie. Daarna volgt laagfrequente monitoring, behalve als het niet goed gaat met de patiënt.”

Het onderzoek is vooral gericht op patiënten met een hogere ziektelast. Gekeken wordt of de thuismonitoring werkt en wat het oplevert voor de patiënt en huisarts. Ook wordt onderzocht of deze manier van werken haalbaar is voor de huisarts.

Stijging COPD-patiënten

Het aantal COPD-patiënten zal door de veroudering alleen maar toenemen. Er moet dus iets gebeuren. Hardeman: “Als we kunnen zorgen dat patiënten minder longaanvallen hebben, doen ze ook minder vaak een beroep op de huisarts. En als we kunnen zorgen dat ze eerder aan de bel trekken en we ze kunnen helpen met een telefonisch contact van 5 à 10 minuten, dan scheelt dat weer zorg.”

Uiteindelijk wil het St. Antonius de patiënten monitoren vanuit een centraal punt. Dat kán in het ziekenhuis zijn, maar dat hoeft niet. “We zitten hier in de regio met veel meer ziekenhuizen. Er wordt nu bijvoorbeeld ook gekeken naar 24/7 monitoring, en monitoring waarbij patiënten direct vanaf de Spoedeisende Hulp met antibiotica naar huis kunnen. Als Santeon-ziekenhuizen proberen we ook voor elkaar te monitoren. En als de eerste lijn daarop mee kan liften, is dat veel efficiënter.”

Thuismonitoring bij COPD

Al in 2018 gingen steeds meer ziekenhuizen over op thuismonitoring van COPD-patiënten na enkele succesvolle pilots. In 2018 waren er in Nederland 30.000 ziekenhuisopnamen voor COPD-longaanvallen per jaar, waarvan de helft heropnamen. De Long Alliantie Nederland (LAN) streeft ernaar dat in het kader van het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten in Nederland het aantal ziekenhuisopnamedagen met 25% wordt teruggebracht, met dezelfde of betere kwaliteit van leven van patiënten.