Invoering telebegeleiding bij hartfalen volgens de Vliegwiel-aanpak

wo 12 december 2018
Invoering telebegeleiding bij hartfalen volgens de Vliegwiel-aanpak
eHealth

De Vliegwielcoalitie brengt partijen uit het zorgveld bij elkaar om zo breed draagvlak te creëren. Een rondgang door het zorgveld leert dat er breed draagvlak is voor de verdere invoering van telebegeleiding bij hartfalen, één van de twee digitale toepassingen die steun voor opschaling krijgt via de Vliegwielcoalitie. Na alle woorden komt het aan op daden, vinden onder andere zorgverzekeraars Menzis en Zilveren Kruis, partners in het Vliegwiel. Zelf zijn zij al volop bezig. De medisch specialist houdt ze scherp: “Er zijn nog wel wat vraagstukken die aan de orde moeten komen.”

John Diederik heeft hartfalen. Meerdere keren per week geeft hij via videobellen zijn waardes door: gewicht, bloeddruk, hartslag en eventuele klachten: “Ik hoef niet meer voor elke vraag of controle naar de huisarts of het ziekenhuis. Dat bespaart me veel tijd. Ik heb nu ook meteen de juiste persoon voor me. En doordat ik de verpleegkundig specialist kan horen én zien, verloopt het gesprek makkelijker. De grootste winst is dat ik me door dat beeldbellen veiliger voel. Hulp is altijd dichtbij, want ik kan altijd bellen, zelfs midden in de nacht.” [Nieuwsbrief Menzis, juli 2018]

In Nederland hebben naar schatting 227.000 mensen de aandoening hartfalen. Elk kaar komen er 40.000 bij, iets meer vrouwen dan mannen. Jaarlijks zijn er ruim 30.000 ziekenhuisopnamen voor hartfalen. (1)

Grote aantallen dus en daarom hebben zorgverzekeraars Menzis en Zilveren Kruis werk gemaakt van telebegeleiding. Doel: meer gemak voor de patiënt, betere monitoring, minder opnames en dus minder kosten. Zodat méér mensen zich, net als John, thuis veiliger voelen.

Zilveren Kruis: voordelen helder

Anja Moonen, senior manager Medisch Advies & Innovatie bij Zilveren Kruis: “We zijn al drie jaar bezig om telebegeleiding voor onze klanten beschikbaar te maken, samen met FocusCura en Cardiologie Centra Nederland. De voordelen voor de klant zijn helder: het geeft ze veel meer eigen regie. Ze krijgen direct een terugkoppeling hoe het met ze gaat. Voorheen dacht een patiënt die ‘iets’ voelde: wat zou er mis zijn? Nu weet hij: ik word op afstand gemonitord en als er wat mis is, dan hoor ik het wel.”

Dat geeft volgens Moonen meer rust en vertrouwen in het eigen lichaam. Ook de vroege signalering dankzij de monitoring is een voordeel: het voorkomt opname in het ziekenhuis. “Uit klantonderzoek horen we dit soort geluiden terug. Wat we óók horen is dat mensen er soms aan moeten wennen. Praten tegen een iPad, is dat wel prettig? Maar die koudwatervrees verdwijnt vaak snel als ze de voordelen ervaren.”

Het systeem werkt goed en Zilveren kruis heeft een manier om het te financieren binnen een innovatief contract. Moonen: “In onze kernregio willen we het nu breed invoeren: we zijn in gesprek met ziekenhuizen over wat voor hen van belang is, wat zij nodig hebben. Vanuit transformatiegelden kunnen we een extra zetje geven, zodat ziekenhuizen hun werkprocessen en IT-infrastructuur op telebegeleiding kunnen aanpassen. De overgang die we in de samenleving zien naar online en digitaal, zie je nu ook in de zorg opkomen. Over vijf jaar is telemonitoring niet meer weg te denken en vraagt de patiënt er zelf om bij zijn cardioloog.”

Vraagtekens over effect

Cardioloog Folkert Asselbergs (UMC Utrecht), hoogleraar Cardiovasculaire Genetica, lid werkgroep e-health van de beroepsvereniging NVVC én lid programmateam coalitie Vliegwiel (zie kader): “Telebegeleiding mag dan voor de patiënt positief zijn in de vorm van meer comfort en minder belasting, maar er zijn nog vraagtekens over het effect op medische uitkomsten en kwaliteit van leven. Studies spreken elkaar tegen. Welke patiënt moet je wanneer welke vorm van telebegeleiding aanbieden? Heeft elke patiënt baat bij telebegeleiding of alleen een selecte groep?”

Om die reden is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nog wat terughoudend. De meerwaarde moet nog scherper worden aangetoond, stelt Asselbergs. “Ik snap dat hier serieus kritisch naar gekeken wordt. Juist daarom zouden we gedurende een bepaalde periode, zeg twee tot drie jaar, telebegeleiding geleidelijk moeten implementeren. Daarbij moeten we heel nauwkeurig de effecten evalueren door middel van registreren van zorgconsumptie en kwaliteit van leven. Het is belangrijk dat zorgverzekeraars het belang van een maatschappelijk verantwoorde implementatie van telebegeleiding ondersteunen en hierover in gesprek gaan met de zorgverleners die starten met telebegeleiding zoals beschreven in de samenwerkingsafspraken.”

Gevolgen voor budget

Een ander issue is wat de gevolgen zijn voor het ziekenhuisbudget. Minder ziekenhuisopnames betekent ook minder inkomsten voor het ziekenhuis, en tegelijk wél meer kosten voor telebegeleiding. Hoe gaan ziekenhuizen en verzekeraars hiermee om? Daarnaast heeft telebegeleiding een belangrijke rol in de communicatie tussen thuiszorg, huisarts en specialist. Hoe zorgen we ervoor dat de patiënt en de telebegeleiding zich soepel bewegen door de keten met bijbehorende financiering? Asselbergs: “Daar zou zo’n overgangsperiode van twee jaar voor nodig zijn, waarin we meer data kunnen verzamelen en ervaring kunnen opdoen met ketenzorg. Met die data zijn we prima in staat om de balans op te maken: welke patiënt heeft er nu echt wat aan gehad?”

Nog een vraagstuk is de communicatie met de patiënt en tussen zorgverleners. Zodra de patiënt met een app voor telebegeleiding de spreekkamer van de cardioloog verlaat, moet er wel duidelijkheid zijn over wie wat doet, wanneer en waarom. Daarvoor is ketenzorg nodig die er vaak nog niet is. De verschillende platforms, de IT-producten, moeten goed met elkaar kunnen praten. In dit alles is de patiënt de constante factor en krijgt hij veel meer regie over zijn eigen data”, stelt Asselbergs.

“De patiënt bepaalt welke zorgverlener naar welke data mag kijken. De dokter wordt veel meer een soort consultant of coach. Die houdt in de gaten of de patiënt wel optimaal gebruik maakt van de app. En laten we wel wezen: over vijf, tien jaar heeft iedereen zelf toegang tot zijn eigen data. Die verwerf je via een chip, een armband of heel andere technieken. Telebegeleiding is nog maar de eerste stap. Het is duidelijk dat iedereen vol goede wil is, maar nu moeten we het echt gaan doen. Om te beginnen door richtlijnen te ontwikkelen om de afstand tussen zorgverzekeraars, cardiologen en beleidsmakers te verkleinen.”