Investeren in zorgtechnologie vraagt om de juiste focus

3 juni 2024
Technologie
Nieuws

Gaat het bij de inzet van zorgtechnologie om versterking van de eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt, of om het realiseren van een arbeids- en kostenbesparing? Beide uitgangspunten lijken wellicht tegenstrijdig aan elkaar, maar het is slechts een schijnbare tegenstelling. Als bij de introductie van zorgtechnologie de meerwaarde voor de cliënt vooropstaat, zijn de arbeids- en kostenbesparing het logische gevolg, zo betogen zorgbestuurder Peter van Wijk en Simone Heilijgers en Nils van de Reijt van Vilans in ICT&health 3.

Het staat inmiddels in de visie van elke aanbieder van zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking, zegt Peter van Wijk: inzet van zorgtechnologie heeft als doel de cliënt meer eigen regie over zijn leven te geven. Als voormalig bestuurder van Profila Zorggroep (en inmiddels bestuurder van Parlan, organisatie voor jeugdhulp en jeugd-ggz) dat zorg en ondersteuning biedt aan mensen met psychische problemen of een verstandelijke beperking, heeft hij er ruime ervaring mee opgebouwd.

“Daarbij heb ik ook echt ervaren dat je erin slaagt om medewerkers voor het onderwerp te interesseren als je er vanuit die insteek over begint. Dat is zeker niet zo als je het introduceert onder het mom van kostenbesparing of efficiencyverbetering. Natuurlijk kom je daar vaak wel op uit: als je zorgtechnologie structureel inzet om de eigen regie van cliënten te verhogen, daalt hun zorgvraag, verlicht je in veel gevallen de personele inzet en bespaar je dus op de zorgkosten. Maar de focus moet echt liggen op de kwaliteit van leven voor de cliënten en de ontwikkeling van de medewerkers.”

Innovatie-impuls ondersteunt

Profila heeft zich in zijn verkenning van de mogelijkheden om zorgtechnologie in te zetten laten ondersteunen door het programma Innovatie-impuls I, dat inmiddels een vervolg heeft gekregen met de Innovatie-impuls 2. Programmamanager Nils van de Reijt van Vilans herkent dan ook heel goed wat Van Wijk vertelt.

“De focus moet inderdaad liggen op versterking van de eigen regie en verbetering van de kwaliteit van leven van de cliënt. Zeker ook in het narratief vanuit het bestuur van de organisatie naar de medewerkers en cliënten. De boodschap naar cliënten, medewerkers en naasten moet dus niet zijn: de inzet van technologie bespaart tijd en geld, maar technologie zorgt voor eigen regie en zelfredzaamheid. Tegelijkertijd snappen we natuurlijk ook dat er een arbeidsmarktvraagstuk is en dat dus ook daarmee rekening moet worden gehouden.”

Toch is het wel een beetje een semantische discussie, vult Simone Heilijgers, adviseur van Vilans en gedurende Innovatie-impuls II adviseur bij Profila Zorggroep, aan. “Er is namelijk geen tegenstelling. Het gaat niet over óf het een óf het ander. Zelf kunnen koken of met de trein kunnen reizen is waardevol voor een cliënt. Voor de medewerkers betekent het een andere manier van zorg verlenen, niet zorgen voor die cliënt maar zorgen dat die cliënt dingen zelf kan doen. En dat is niet tegengesteld aan het verlichten van de arbeidsmarktproblematiek of besparen op de zorgkosten natuurlijk, want beide volgen daar juist logisch uit. We moeten dus af van die ogenschijnlijke tegenstelling.”

Geef experimenteerruimte

Van Wijk zegt achteraf blij te zijn dat hij direct ruimte heeft gegeven om op basis van vrijwilligheid te experimenteren met de inzet van zorgtechnologie. “Dan geef je ruimte aan cliënten, naasten en medewerkers om eraan te wennen. We hebben alle drie de groepen vanaf het begin heel actief bij het proces betrokken en dat bleek een belangrijke succesfactor te zijn. Als zorgprofessionals merken dat ze mogen ‘spelen’ – in de goede zin van het woord – doet dat wat met hun professionele vermogen. Dan is het vraagstuk van de implementatie al veel gemakkelijker. Dan komen de besparingsideeën ook bij hen vandaan. Zeker als je ook de cliëntenraad mee hebt, dat zijn belangrijke ambassadeurs.”

De Innovatie-impuls is een programma van Vilans in samenwerking met Academy Het Dorp, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als onderdeel van de Toekomstagenda Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking.

Lees het hele artikel in ICT&health 3, die op 14 juni verschijnt.